Goede of kwade begeerten?

  • ‘Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’ Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht. Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort’ (Jacobus 1:13-15).

Omdat er veel vragen zijn over de ‘begeerte’, zoals dit in de brief van Jacobus vermeld is, willen wij wat dieper ingaan op de volgende vragen:

  • Is de begeerte, waarover Jacobus in hoofdstuk 1:14 spreekt, zondig of niet goed?
  • In vers 15 staat: ‘Als de begeerte bevrucht is’. De vraag is, of de begeerte voordat zij door de duivel bevrucht is, zondig of niet zondig is, dus goed is?’
  • Als de begeerte zondig is, wordt dit dan veroorzaakt door de duivel, bevrucht door hem?

‘Begeren’ is een eigenschap van het zielenleven, waardoor de mens iets naar zich toe wil trekken om aan een verlangen of aan een behoefte te voldoen. Om dit doel te bereiken heeft de begeerte een functie, die de Bijbel ‘zuigen’ of ‘trekken’ noemt (zie de Nieuwe Vert. en de Lutherse Vert.). Als een baby zuigt, trekt het de melk die het begeert, naar zich toe. Het begeren zelf is ingeschapen en daarom niet zondig. Ook het trekken of zuigen is niet zondig. De begeerte kan uitgaan naar en zich richten op dingen die goed zijn, zowel in de zienlijke als in de onzienlijke wereld. Wanneer iemand honger of dorst heeft en hij voedsel of drank begeert, is dit goed. Wanneer zijn begeerte uitgaat naar kennis en wijsheid van het Koninkrijk van God, naar de liefde van God en naar de eer die God schenkt, functioneert de begeerte goed.

Gaat de begeerte van iemand die dorst heeft, uit naar sterke drank die zijn innerlijke mens bedwelmt, dan is zo’n lust zondig. Dan wordt hij verleid door de drank. Richt zijn dorst naar kennis zich via leugenachtige leringen en occulte wegen op het Koninkrijk der hemelen, dan is zij zondig. Zij voert hem immers naar de duistere kant van de hemelse gewesten. ‘Lokt’ wijst erop dat de begeerte benaderd wordt door verkeerde, zichtbare of onzichtbare objecten die de mens ten val brengen, of om met de tekst te spreken: hem in verzoeking brengen om hem te laten struikelen.

De mens wordt vrijgesproken, als hij in zo’n verzoeking volhardt, dit wil zeggen zijn begeerte niet richt op iets dat schade veroorzaakt aan zijn natuurlijk of geestelijk lichaam. Hij doorstaat de proef en ontvangt de kroon van het leven, dit wil zeggen een gaaf en gezond menselijk leven (vers 12). Wat Jacobus de bevruchting noemt, is het contact tussen de ziel van de mens en dat wat zijn begeerte wil bevredigen.

Is het aangebodene goed, dan is ook de vrucht goed. Zo schrijft Jacobus in hoofdstuk 3:15, dat de gerechtigheid een vrucht is, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten. De gerechtigheid is het zaad dat in de goede aarde of in de goede begeerte wordt gezaaid. Zo komt de gerechtigheid in de christen tevoorschijn door middel van zijn begeerte en zij groeit in hem en openbaart hem dan als een rechtvaardige.

Is het aangebodene slecht en wordt iemands begeren daardoor verlokt, dan valt het kwade zaad in de akker van zijn hart. Het ontwikkelt zich daar en komt als ongerechtigheid tevoorschijn. Zo wordt de mens als een zondaar geopenbaard. Of de begeerte zondig is of niet, hangt dus af van het object waarop zij zich richt en daarmee contact opneemt. Zo wordt het verstand, een andere functie van de ziel, verduisterd of bedekt, wanneer het contact opneemt met de leugen of met de gedachten van de god van deze eeuw. Het verstand zelf blijft echter een scheppingsgave van God.

Paulus schreef dat de zonde(macht) in hem de begeerlijkheid opwekte (Rom.7:7). Zondige begeerten zijn gedegenereerde begeerten, die in de mens aanwezig kunnen zijn, wanneer de zonde(macht) in hem is binnengedrongen of in hem woont en daardoor zijn begeren beheerst (Rom.6:17). Dan gaat hij dingen doen die hij eigenlijk zelf niet wil, een zeer bekend verschijnsel bij bepaalde christenen. De Heilige Geest wil ons echter ondersteunen in het onderscheiden van goed en kwaad. Gods Geest is het die door zijn kracht onze redding en ons geluk bewerkt.

Wij kunnen wél zeggen dat de christen zonder de leer van het Koninkrijk der hemelen geen inzicht kan hebben in dit soort onderwerpen. Hoe moet hij dan kunnen overwinnen, als hij geen kennis bezit?