Godsdienstvermenging – een nieuwe uitvinding?

340 soorten evangeliën en ideologieën….

Beslist niet!

Met de term godsdienstvermenging wordt het samengroeien aangeduid van elementen uit verschillende godsdiensten. Dit verschijnsel is al zo oud als de wereld. In bepaalde gevallen resulteert het in een nieuw geheel, andere keren tot een naast elkaar blijven bestaan van diverse aspecten uit godsdiensten. Er zijn situaties, waarbij godsdienstvermenging door een direct, bewust gewild ingrijpen van de mens tot stand komt. Een andere keer ontwikkelt deze samenbundeling zich bijna onopgemerkt en over een langere tijdsduur, waarbij de omstandigheden een grotere rol spelen dan de geplande menselijke activiteit. Om een en ander toe te lichten, volgen hier enkele illustraties uit de godsdienst van de joden in het Oude Testament en enige uit het christelijk geloof.

Oude Testament

In de geschiedenissen van de koningen van Israël en Juda is er herhaaldelijk sprake van georganiseerde vermenging. Koning Salomo liet altaren oprichten voor de dienst aan de vele afgoden die zijn vrouwen importeerden. Deze heidense cultussen bleven gehandhaafd naast de tempeldienst van Jahweh. Koning Achab deed onder invloed van zijn vrouw graag mee met de invoering van de Baäldienst, terwijl een van zijn voorgangers, koning Jerobeam, al een vermenging van godsdiensten had bewerkstelligd door de vervaardiging van twee gouden kalven. Hieraan was Israël zo verknocht en gewend geraakt, dat zelfs na de uitroeiing van de Baäldienst door Jehu de vermenging van Jerobeam gehandhaafd bleef. Denk ook aan de vermenging van heidense riten en voorwerpen met de tempeldienst in Jeruzalem onder koning Manasse (2 Kon.21 en 23:4).

In genoemde verhalen zijn mensen (de koningen) de veroorzakers van godsdienstvermenging. Maar er zijn ook voorbeelden, waar in eerste instantie de omstandigheden tot dit verschijnsel hebben geleid. Richteren 2 vertelt over het einde van de in bezitname van Kanaän door de Israëlieten: ‘Ze trokken er op uit, iedere stam naar het gebied dat hun was toegewezen’. Toch waren nog niet alle vijandelijke en oorspronkelijke bewoners van dat land verdreven en verslagen, hoewel dit de strikte opdracht van God was geweest. Er bleven Kanaänieten wonen tussen de Israëlieten. Gedurende een periode van twee generaties deed de vermenging zijn intree (vers 10-12). Hoewel er niet een volledige afzwering van hun oorspronkelijke godsdienst plaatsvond, vervlochten de Israëlieten toch de verschillende vormen van de Baäldienst met hun geloof, zoals de Kanaänitische gewoonten van feesten en dansen als onderdeel van de vruchtbaarheidsriten. Altaren voor Jahweh verrezen op vroegere heidense ‘heilige’ plaatsen.

Bovengenoemde geleidelijke ontwikkelingen ondermijnden het geloof en denken van Gods volk. In plaats van de zekerheden van de onzienlijke dingen – God en zijn woord – vast te houden door het geloof, werden zij bevangen door alles wat voor ogen was en wat hen omringde. De wettige verbinding met de hemel werd verbroken om plaats te maken voor aards ritueel, waarmee men juist in de wereld van de goden wilde komen. Dit was echter het onwettige, ja wetteloze contact met de onzichtbare schepping, het rijk van de geesten. Het was occult! Hieruit herkennen wij de ware aard van godsdienstvermenging. Niemand minder dan het beest uit de afgrond (Apollyon) heeft hier de hand in.

Ook nu nog

Voor de geestelijke mens is het ontmaskeren van godsdienstvermenging in het christelijk geloof niet zo ingewikkeld meer. Bezien wij het naamchristendom, waar de opnieuw geboren en met Gods Geest vervulde christenen weinig of niets meer gemeenschappelijk mee hebben, dan valt de geweldige nadruk die op het liturgisch gebeuren tijdens de eredienst wordt gelegd, als een vermengd gebeuren op. Als al het oudtestamentisch volk van God door dit satanisch raffinement grotendeels afgeleid werd van haar roeping en ten val kwam, hoeveel te meer zal de satan het christendom hierdoor proberen uit te schakelen. Ten koste van alles probeert hij juist de gemeente van Jezus Christus uit de hemelse gewesten te trekken, door aardse zaken als belangrijk voor te houden en niet-inherente begrippen bij de leer van Jezus te voegen. Daarbij vergeleken is het ingeburgerde gebruik van de heidense kerstboom tijdens het christelijke feest een te verwaarlozen factor voor ons onderwerp.

Enige verschijnselen

In Colossenzen 2 lezen wij Paulinische waarschuwingen tegen de wereldse wijsbegeerte (vers 8) en joodse inzettingen (vers 16,21). Onvolwassen joodse christenen meenden er goed aan te doen om joodse wetten en gewoonten binnen de christelijke leer te brengen. Hiervan lezen wij ook in de eerste brief aan Timotheüs en die aan Titus. Ergens nog te begrijpen, want deze gelovigen kwamen immers regelrecht uit het jodendom. Vreemder wordt echter de zaak, als niet-joden met oudtestamentisch materiaal aan komen dragen en daar min of meer een hoofdleer uit opbouwen. Wat denkt u van de valstrik, de Israëlleer? Een overduidelijke, levensgevaarlijke insluiping binnen een samenbundeling van een onchristelijk element met de leer van het Koninkrijk der hemelen. Een hoge vorm van godsdienstvermenging en dus – zoals eerder geschreven – een occulte weg naar de ondergang. Ook het wettisch denkpatroon bij gelovigen dat zich openbaart in herhaaldelijk vragen van: mag ik dit en móet ik nou dat, is een gevaarlijke valkuil. Problemen over de zondag tot en met die over bloedworst. Om over kleding, kapsel, enzovoort maar niet te spreken.

Anderen geven in hun zichtbare geloofsuitingen blijk van oosterse invloeden en Toronto-verschijnselen. Veel mensen zijn slachtoffer geworden van deze mystieke geesten. En in de zogeheten christelijke gemeente? Helaas, ook daar. Meer dan ooit treden deze verschijnselen op, zoals: meditatie, dansen, soaken, ascese (vasten), extase en vaandelzwaaien. Wat men vroeger van nature nooit deed, daar wordt men vandaag door middel van vroomheid toe aangezet. Wat geen zondemacht vermag, daar overwint de vrome leugengeest. Wat een subtiele verleiding!

Jaren geleden werd er eens een profetie uitgesproken met de volgende gedachte: ‘De geesten uit het oosten zullen over het westen komen‘. Niet velen beseften toen, dat dit woord onder andere ook binnen de kerkmuren vervuld zou worden. Alsof bovenstaande nog niet genoeg is, dienen zich tenslotte de rijkdommen van de gecultiveerde West Europeaan aan. De programma-christen, die het eigen of gehuurde theater moet bevolken om de evangelische show te bewonderen. Aangeboden wordt een gevarieerd programma met muziek, compleet met band en aangepaste tekst (aan wie en waaraan?), pauze met koffie en tenslotte de oneman show van grote ‘Godsmannen’. Of men verliest zich in de gemeente in een uitgebalanceerde liturgie met verfijnde begeleiding en samenzang, een perfectionering van de dienst tot in alle details. Moderne godsdienstvermenging. Afleidingsmanoeuvres van satan. Opwekkend voor het vlees.

Wat zoeken wij dan?

Waarheid en ongedeeld zijn. Een tot ‘een-zijn’ zoals Jezus, onze Heer. Onbesmet en onberispelijk bewaard blijven voor God de Vader. Onbesmet van de geest in de wereld met al haar tijdelijke schatten. Niet beïnvloed door de leugen en het naamchristelijk compromis. Wij geloven een geheel eigen en nieuwe identiteit te bezitten, gevormd uit het Woord en uit het leven van de Zoon van God. Daarom is er afwijzing ook van tradities en methoden. Het ware evangelie is niet uit de mens, maar uit God die het door de Zoon tot ons doet komen. Door het aanvaarden van zijn gedachten en door een wandel in dat Licht ontstaan er geen manco’s. Als de gelovigen zich nu eens alleen daarop richten in hun denkwereld en gedrag, dan hebben zij gemeenschap met elkaar. Onnodig, ongewenst en achterhaald is dan elk georganiseer ten behoeve van eenheid, liefde, samenwerking en belijdenis.

Godsdienstvermenging, het opnemen van het niet wezenlijke tot het evangelie van Jezus Christus behorende bestanddelen in prediking en samenkomst, leidt tot verschraling en stilstand. De profeet Elia verstond deze wetmatigheden al. Hij verkondigde voor zijn tijd, dat vermenging van Baäl- en Jahweh-dienst tot droogte, honger en dood zou voeren. Drie en een half jaar lang ellende was het gevolg. Nadat de zuivering van hart voor het volk van God tot stand was gekomen op de berg Karmel, trad de wet van regen, leven en overvloed in werking. Zijn Geest, visie en kracht zullen nu in de eindtijdgemeente weer vaardig worden. Destijds in de profeet, daarna in Johannes de Doper, maar ten slotte volkomen in de zonen van God (Openb.11:3,6,15). Zij staan op de berg Sion – de volheid van de Heilige Geest – onbevlekt en in hun mond is geen leugen gevonden: zij zijn onberispelijk (Ef.1:4).