Gods gedachten, hoger dan die van een mens?

  • ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk; Zijn raadsbesluiten zijn niet te vatten, onnaspeurbaar zijn Zijn werken….’

Ziehier een belijdenis uit de mond van het overgrote deel van het kerkvolk. Ze hebben deze ‘wijsheid’ vaak van huis uit meegekregen en menen dat de Bijbel hen in deze ‘overtuiging’ bijvalt. Immers, niemand minder dan de profeet Jesaja verkondigde met grote zeggingskracht de volgende waarheid:

  • ‘Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord van de Heer’ (Jesaja 55:8).

Daar kan toch niemand iets tegenin brengen, toch? Geen wonder dat er een grote groep kerkmensen is die God wel willen dienen, maar voor wie de Almachtige toch een God van ver weg is. Zijn gedachten zijn niet hun gedachten en hun wegen komen niet overeen met zijn wegen. Vanuit de erfzondegedachte, die nog steeds springlevend is, ervaren zij dat er een levensgroot verschil is. En naar hun overtuiging zal dat onderscheid er wel altijd blijven. ‘Wij zijn maar mensen en kunnen ons niet meten met de hoog verheven God’, menen zij.

Is dit wel zo?

Het is uitermate belangrijk om zeker te weten of de ideeën die men koestert over het geloof ook werkelijk Bijbels gegrond zijn. Komen ze inderdaad overeen met het Woord van God, of nog beter: met de bedoeling van God? Vandaar de vraag die we nu stellen: is het werkelijk Gods wil dat Zijn gedachten voor de opnieuw geboren christen verborgen zijn? Moet men inderdaad blijven belijden dat onze wegen ver verwijderd liggen van Gods wegen?

Wanneer wij nadenken over Gods gedachten, denken we aan de tekst: ‘Klim naar hier omhoog en Ik zal u laten zien wat hierna moet gebeuren’ (Openbaring 4:1). Het was de apostel Johannes die op het eiland Patmos van Godswege deze oproep ontving. ‘Kom naar hier, omhoog’. Deze man van God ontving daarna heerlijke vergezichten, door een veelheid van goddelijke openbaringen.

Maar nu het kerkvolk, zou zij de euvele moed hebben om ook hogerop te komen, om ook te proberen Gods gedachten te vatten? Het idee alleen al bezorgt bij velen van hen kippenvel. ‘Waar zouden we de vrijpostigheid vandaan halen? God moet God blijven.’ Inderdaad, God is de ene waarachtige God. Maar Hij wil ook een Vader zijn, een Vader met zonen. Het is niet zo vreemd, wanneer we in dit verband denken aan een aardse vader en ons afvragen hoe hij handelt ten opzichte van zijn kinderen. Verbergt hij zijn gedachten voor hen; blijft zijn denkwereld voor hen verborgen?

Wanneer de kinderen nog erg klein zijn, zal vader hen nog niet in vertrouwen nemen. Ze zullen dan domweg doen wat pappa zegt. Zijn woord is wet en daarmee uit. Maar als zoon en dochter wat ouder worden, zal vader met hen gaan praten. Omdat hij hen liefheeft en hen tot volwaardige mensen wil laten opgroeien. Hij wil zijn wijsheid op zijn nageslacht overdragen, opdat zij daar winst mee zullen doen. Hij wordt blij wanneer hij in het levenspatroon van zijn kinderen de door hem gegeven opvoeding weerspiegeld ziet. Hij wil hen volwassen zien worden, uitgegroeid tot volwaardige mensen die hun plaats in de maatschappij innemen. Zou God in dit opzicht anders zijn dan een aardse vader? Wil God alleen maar de Heilige, Hoog verhevene blijven voor zijn kinderen? Is zijn doen en laten voor de mens ondoorgrondelijk? Leert de Bijbel dat?

Wanneer God, door middel van Jesaja, meedeelt dat Zijn gedachten hoger zijn dan de onze, heeft Hij daar een bedoeling mee. Daarom wordt het Bijbelvers voorafgegaan door een duidelijke oproep tot bekering, tot verandering van gedachten:

  • ‘Laat de goddeloze zijn weg verlaten, de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de Heer, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig’ (Jesaja 55:7).

Vers 7 en 8 zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. De inhoud ervan kunnen we in het kort samenvatten als: bekeer u, verander uw gedachten en dan de reden hiervan: want Gods gedachten zijn hoger dan die van de mens die Hem niet kent.

Veel mensen moeten toegeven dat hun wegen niet Gods wegen zijn; het lijkt er vaak in de verste verte niet op. Maar dat is nog geen reden om het er maar bij te laten zitten. Welnee: bekeer u, verander uw denkwereld. De apostel Paulus had het daar ook al over: ‘Wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken’ (Rom.12:2). Al spreekt de Bijbel op dit punt overduidelijk, toch zullen er mensen zijn die zich nog niet gewonnen geven. Ze hebben het dan ook zoveel jaren anders geleerd.

Welke kant moeten de gedachten uitgaan?

In ieder geval toch zeker in de richting van God; men moet zich immers tot Hem bekeren. Voortaan gaat de mens denken in de lijn van God. Jesaja maakt hier duidelijk dat het nodig is dat men zijn aardsgerichte gedachten gaat transformeren en omzetten in hogere gedachten. Wanneer zij christenen zijn geworden, verwacht de Heer van hen dat zij zich gaan bezig houden met het Koninkrijk van God. Dat Koninkrijk waar Jezus tijdens zijn rondwandeling op aarde het altijd over had. Zij zullen geestelijke mensen moeten worden, gedoopt met Heilige Geest en wandelen in de hemelse gewesten.

Zover kon Jesaja zijn boodschap nog niet uitwerken; men heeft het Nieuwe Testament nodig om deze dingen daar in te ontdekken. Paulus spreekt veel over de doop in Gods Geest en de wandel in de hemelse gewesten. Hij had recht van spreken als het over de gedachten van God ging. Hij was opgetrokken geweest tot in de derde hemel en had onuitsprekelijke woorden gehoord. Wanneer opnieuw geboren christenen zich openstellen voor de Geest van God zal ook voor hen de waarheid steeds verder ontsluierd worden. Dan gaan zij inzien dat het wel nederig klinkt wanneer zij zeggen dat zij ‘maar’ mensen zijn die Gods gedachten nooit kunnen begrijpen, maar dat het God als een vloek in de oren klinkt. God wil immers zijn gedachten juist aan hen bekendmaken; Hij wil zijn goddelijk plan voor hen ontvouwen. Hij wil hen deelgenoten maken van een hemelse roeping (Hebr.3:1).

God volbrengt wat Hem behaagt

  • ‘Zo zal het ook gaan met mijn woord. Het komt voort uit mijn mond; het keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar pas wanneer het heeft gedaan wat Mij behaagt, en alles heeft volvoerd, waartoe Ik het heb gezonden’ (Jes.55:11).

De Bijbel heeft het over ‘het woord dat uit Gods mond voortkomt’. Men meent vaak dat het hier gaat over het geschreven woord, de Bijbel. Hebreeën 1:1 toont echter dat hier de Zoon van God bedoeld wordt, in Wie God ‘in de laatste dagen’ gesproken heeft. Jezus is het vleesgeworden Woord (Gods Logos, Joh.1:1) dat uit Gods mond is uitgegaan; door Hem heeft de Vader gesproken. Jezus heeft de wil (en de gedachten van God) bekendgemaakt. Hij heeft ons de Vader doen kennen. Dit woord zal niet vruchteloos of leeg terug keren, maar het zal doen wat God wil. Dat is een belofte. Een belofte die Gods gedachten over de mens weergeeft. Dan is het dus uitermate belangrijk om de essentie van deze goddelijke toezegging te weten.

Als God zegt dat Hij zal volbrengen (in de Zoon) wat Hij wil, vragen wij: wat wil God? Waar doelt die tekst nu precies op? ‘Dat zondaars zalig worden’, zal de rechtzinnige gelovige antwoorden. Volkomen juist, maar er is nog meer. Jezus zelf geeft een antwoord wat overduidelijk is: ‘Uw Vader wil u graag het Koninkrijk geven’ (Lucas 12:32). God wil graag zijn Koninkrijk aan de mens te geven! Geen wonder dat dit hogere gedachten zijn dan die de mens doorgaans koestert. Wat een zegen, dat Jezus dit heerlijke geheimenis bekend heeft gemaakt. Wie kon dit beter doen dan Hij die zichzelf dè Waarheid noemde. Dan is deze uitspraak dus door en door betrouwbaar en wordt er geloof gevraagd.

Nu God door de Zoon gesproken heeft en de mens zijn volle redding heeft bekend gemaakt, kunnen zij niet langer meer blijven volhouden dat Gods gedachten voor hen onbekend zijn. Wie dit beweert, rebelleert tegen God. Misschien met vroom klinkende woorden, maar het is en blijft verzet tegen de wil van God. God wil ons het Koninkrijk geven, Hij heeft daar een intens verlangen naar. God wil christenen  deelnemers maken van zijn Koninkrijk. Hoe zouden zij voor die eer durven bedanken? Waar halen ze de moed vandaan om zich daar tegen te verzetten?

Herstel van de schepping

Het Koninkrijk wat God aan de opnieuw geboren christen wil geven, is niet een zaak van de verre toekomst. De kenmerken ervan kan men nu, elke dag van het bestaan, al ervaren: ‘Vrede, rechtvaardigheid en blijdschap’ (Romeinen 14:17). Het woord zal niet vruchteloos terug keren. We geloven dat Jezus bezig is Zich een gemeente bijeen te verzamelen uit alle volken. En deze gemeente zal opgroeien tot het volle zoonschap. Zodat zij straks voor Hem gesteld kan worden zonder vlek of rimpel (Efeze 5:27). Volmaakt geworden, door geloof, gehoorzaamheid en volharding. Wij zijn niet ‘maar’ een mens, maar een mens, de kroon van Gods heerlijke schepping. Geschapen naar het beeld van God, van oorsprong bedoeld om over de schepping te regeren. Dat was het plan van God. Dat is het nog.

  • ‘Klim naar hier omhoog en Ik zal u laten zien wat hierna moet gebeuren’ (Openbaring 4:1)

Jezus heeft niet alleen de mens met God verzoend; Hij heeft de draad weer opgenomen. Het herstelplan is aan de gang. Gods wegen zijn hoger dan de wegen van de doorsnee mens. Omdat deze zich laat verleugenen door de grote tegenstander van God: satan. Voor zulke mensen klinkt de oproep: bekeer u van uw vruchteloze wandel laat uw aardse geredeneer los, kom hogerop (Openb.4:1). En God zal u tonen ‘wat hierna gebeuren moet’. U zult inzicht krijgen in Gods plan met uw leven.

Wanneer u al een kind van God bent, leert u uw Vader steeds beter kennen. U weet wat zijn gedachten zijn met betrekking tot de schepping en in het bijzonder met de mens. Doordat God zijn Koninkrijk heeft gegeven aan de Zijnen, doordat zij als volwassen zonen van God openbaar zijn geworden, zal de schepping hersteld worden van alle geweld. Jesaja zegt daarover:

  • ‘Want in vreugde zult u uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen van het veld zullen in de handen klappen. Voor een doornstruik zal een cipres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Heer zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden’ (Jesaja 55:12,13).

Dit is toch wel een machtige schildering van een aarde die verlost zal zijn van alle demonie. Daar werkt God naar toe. Hij heeft een plan met de wereld. Men moet dat plan leren kennen en weten welke taak men in dat verlossingsplan mag innemen. De zonen van God zullen niet werkeloos toezien hoe alles hersteld wordt; zij zullen er ook een taak in hebben. Dit is een verheven gedachte, daar kan men met zijn verstand niet bij. Daarom zal men hemels moeten leren denken. Gods Geest helpt de christen erbij. En Gods Woord bemoedigt hen, wanneer twijfel hen bespringt: ‘Uw Vader wil u graag het Koninkrijk geven’. Jezus heeft het Zelf gezegd.

Nu dan, zou men met minder genoegen nemen? Zou de opnieuw geboren christen zich nog langer door de vader van de leugen om de tuin laten leiden en blijven beweren dat Gods gedachten voor hem niet te vatten zijn?