God doet wonderen vandaag!

  • ‘Maak aan alle volken zijn Majesteit bekend, aan alle volken zijn wonderbare daden’ (Psalm 96)

In deze rationele en materialistische tijd waarin grove aanslagen worden gepleegd op alles wat de Bijbel getuigt, is het een goede zaak gehoor te geven aan de oproep van de psalmist: ‘Maak aan alle volken zijn Majesteit bekend, aan alle volken zijn wonderbare daden’ (Psalm 96). Terwijl diverse stromingen in het naamchristendom er prat op gaan Gods woord te ontmythologiseren, zullen wij des te meer een duidelijk en blij antwoord geven op de vraag: Zou er voor de Heer iets te wonderlijk zijn? Nee, voor Hem is niets te wonderlijk.

God doet wonderen vandaag. Grote en kleine, openlijke en verborgene, directe en langzame, stoffelijke en geestelijke wonderen. Onze God is een machtige God, groot van kracht en majesteit. De Schepper van hemel en aarde, die – waar dat nodig is – het niet-zijnde tot aanzijn roept. Die door zijn Zoon Jezus Christus de grote Herschepper is van een beschadigde wereld. Die dwars tegen alle doemdenken van deze eeuw in zijn eeuwig rijk opricht en blijvend vestigt. Voor Hem is niets te wonderlijk, of het moet zijn dat Hij zich verwondert over het ongeloof van de mensen.

Waar wonderen plaatsvinden, verbazen de mensen zich. Bovennatuurlijk ingrijpen doet versteld staan, fascineert of maakt wantrouwend. Het is ongewoon en schijnbaar ongrijpbaar en onberedeneerbaar. Voor God echter is het de normale gang van zaken. Hier ligt een belangrijke sleutel tot acceptatie van het wonder. Psalm 50 zegt tegen de goddelozen: ‘Je denkt toch niet dat Ik ben als jij?’ En de profeet Jesaja spreekt overduidelijk dat Gods wegen hoger zijn dan die van de mensen en zijn gedachten dan hun gedachten. God is altijd meer. Zijn handelen is geestelijk, hemels, volmaakt. Jezus’ werken zijn uit diezelfde bron. Ze zijn echt, waarheid en leven. De werkelijkheid is immers van Christus.

Onderscheiding nodig

Er zijn namelijk ook schijn- of bedrieglijke wonderen. Sommige daarvan worden veroorzaakt door een toevallige samenloop van omstandigheden. De meeste echter vallen onder paranormale verschijnselen. Te noemen zijn onder andere genezing via magnetiseurbehandeling of besproken kruiden, waarzeggerij, helderziendheid, magie, semi-spiritistische handelingen of religieuze rituelen met bovennatuurlijke manifestaties. Deze en nog veel meer komen tot stand door occulte praktijken en hebben niets van doen met Gods Heilige Geest die van de Vader en de Zoon uitgaat. Zij misleiden, bedriegen, vermaken en beschadigen het volk. Men wordt er zelf niet beter van en de wereld evenmin. De Bijbel wijst deze benadering en werkwijze resoluut van de hand en opnieuw geboren christenen doen er goed aan radicaal met iedere vorm van deze hocus pocus te breken. Want wat op dat terrein allemaal gebeurt, is geen boerenbedrog, maar demonie van de duivel en daardoor levensgevaarlijk.

De wonderen die Jezus van de Vader kan doen, hebben alle te maken met geestelijk en lichamelijk herstel van een kapot mens. De kracht van Gods Geest ging van Hem uit om ieder (die geloofde!) te reinigen en te heiligen van elke vorm van kwaad, afbraak, verderf, destructie en duisternis. Door zijn daden werden de mensen zuiver en heilig voor God geplaatst om Hem te dienen in gerechtigheid. Vrij van zonde, ziekte, dood leugen en onkunde, werd in hem alles nieuw.

Jezus, de Verlosser, werd geopenbaard om de werken van satan te verbreken, om innerlijk gevangenen in zonden en psychische nood vrijheid te verkondigen en verbrokenen heen te zenden. Zijn wonderen werden niet ‘georganiseerd’ door middel van geplande massaregie, massasuggestie, of liturgische riten. Ook niet, opgeroepen of geforceerd door verplichte lofprijzingen, het steeds herhalend zingen van koortjes, een Jezusgeroep of een vermoeide en aanhoudende gebedsdwang met of zonder stemverheffing. Het leek wel of alles bij Hem als vanzelf ging. Dat is juist het essentiële ervan: rust en vrede waarin het wonder zich openbaart.

Gods liefdedaad

Het wonder dat wij mogen verwachten uit de hand van God, is een liefdedaad van Hem. Al zijn handelen komt voort uit zijn innerlijke barmhartigheid waarmee Hij naar ons omziet. En Hij werkt alleen maar in een klimaat van ontspanning. Zijn goedheid zet zich voortdurend om in reële daden van hulp, verlossing, genezing, uitkomsten, oplossingen, uitreddingen, verhoringen en bijstand. Hij werkt door zijn Zoon onophoudelijk aan ons welzijn en geluk. Daarin is Hij onbeperkt in vermogen, in methoden en optreden. Het wonder is dus niet vooraf te berekenen, samen te stellen of te gebieden. Wij zijn volledig afhankelijk van de Heer. Maar dat is dan geen gelaten afwachten of er misschien eens…. Nee, het is Hem kennen en het geheim van zijn wil doorgronden. Het is een overtuigd zijn van Zijn bewogenheid en solidariteit met ons leven en dat van de hele schepping.

De mensenliefde van God is in Christus tot ons gekomen om ons te laten delen in zijn goddelijke natuur, in het bovennatuurlijke van de Geest en de kracht van God. Dat is de realiteit voor de christen, het goddelijk normale. Overal waar Jezus verscheen, straalde de liefde in concrete daden van Hem uit. De hele dag was vervuld met wonderen. Ze zijn inherent aan het Koninkrijk van God dat niet in woorden maar uit kracht bestaat. Dit alles tot redding van hen die in het dagelijks bestaan in Hem geloven. De Heer wil het. De Heer kan het. De Heer doet het…. en nog steeds! Jezus Christus is gisteren en vandaag dezelfde tot in eeuwigheid. Hij maakt er immers geen demonstratie van, geen spektakelstuk, geen show. Het gaat immers niet om het wonder zelf. Het heeft de mens in nood op het oog en zijn verlossing daaruit. En daarvoor is geen wonder te groot en zijn er geen wonderen genoeg. Gods liefdehart stuurt zijn machtige kracht tot redding en gezondmaking in elk opzicht, altijd en voor alle mensen.

Is de Heer in ons midden, of niet?

De profetische belofte dat de goede God te midden van zijn volk zou komen en blijven, wordt vervuld in Jezus Christus. Van Hem wordt getuigd dat Hij in het midden van de kandelaren wandelt, beeld van de gemeenten (Openb.1). Toen Israël destijds opstandig riep of de Heer in hun midden was of niet, drukte het zijn ongeloof daarmee uit. Zij verzochten God door hun ontkenning van zijn trouw en nabijheid. Nu geldt: ‘waar twee of drie in mijn Naam vergaderd zijn daar ben Ik in hun midden.’ Niet als een exclusief gebeuren, niet op een enkele hoogtijdag, maar in elke bijeenkomst van de gemeente.

Jezus ging ook volgens zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge. Hij kende zelf dat volhardende, regelmatige ritme van samenkomen. Maar met één groot verschil in de traditie van velen: de ‘macht’ van de gewoonte regeerde niet, maar zijn heerschappij maakte de zaken uit. Hij stond te midden van het gewone, bekende leven van alledag zonder sleur en gewenning. Door zijn levende gemeenschap met de Vader was Hij steeds in staat te horen en te zien wat de Geest wilde en Die wil altijd zegenen, geven en werken aan herstel en opbouw van Gods volk. Allereerst door te spreken, te leren en op te voeden tot alle gerechtigheid en tegelijkertijd door krachten en wonderen van allerlei aard te verrichten om te voorzien in de stoffelijke en geestelijke behoeften. Waar deze urgent zijn, gebeuren zelfs buitengewone tekens en wonderen. Maar altijd ten behoeve van de mens.

  • De Heer is in ons midden. Hij gaat hier rond, goeddoende en verlossende. Nu door ónze gebeden en handen en zegening heen. Zijn leiding, kracht en gezag door middel van Woord en Geest dienen bepalend te zijn in onze diensten. Hij is onze God die wonderen bewerkt, onverminderd.

Onze mogelijkheden

Dit geweldige liefdesaanbod van de Meester schept perspectieven voor ons gezamenlijk werk. Omdat in het Koninkrijk van God niets vanzelf tot stand komt, worden wij als leerlingen van Jezus volledig betrokken en ingeschakeld bij zijn openbaring, ook in wonderen. Dit begint in ons verwachtingspatroon. Wat staat ons voor ogen als wij door de week en ‘s zondags naar onze plaatselijke gemeente gaan? Zijn onze verwachtingen geïnspireerd door het Woord van God woord en zijn Geest? Is er de voorbereiding in onze harten geweest, mede door gebed, zodat wij toegerust met geloof en gevende liefde de ontmoetingsruimte binnen gaan? Krijgt de Geest door onze instelling en opstelling wel kans genoeg Zich door middel van de gemeenteleden te uiten? Vragen die wij bevestigend zullen moeten gaan invullen. De leer en de kennis zijn er juist om ons optimaal in het spirituele te doen ontwikkelen. Terwijl diezelfde inzichten als een corrigerend filter er op toe zien allen te bewaren voor geestdrijverij, mystiek, ellebogenwerk en overspannen sfeertjes.

Door de oudsten in de gemeente is bijsturing en verbetering veilig gesteld om tot een nog hogere vorm in uitingen, werkingen en bedieningen uit te groeien. En zolang elk lid zich aanspreekbaar en ontvankelijk daarvoor opstelt, zal de noodzakelijke openheid en goodwill gehandhaafd blijven om in dit oefenen van de geestelijke zinnen het rechte en zuivere spoor te houden. Waar enerzijds zij die nog jong in het geloof zijn en slechts enkele jaren de gemeente bezoeken, zich bescheiden en luisterend opstellen, zullen anderzijds de meer geroutineerde gemeenteleden onder ons gul over de drempel komen met geestelijke inbreng.

Als de komst van het Koninkrijk dichtbij gekomen is, zullen wonderen niet uitblijven. De timing ervoor is in handen van de Geest die echter dit toch weer samen doet met ons. Als de gemeente zich toesluit, wordt zij stil en inactief. Zodra ruimte geboden wordt, geloofsdurf en onderscheiding toenemen, komt Hij naar voren. Daarom willen wij met grote ijver en verlangen de nabije toekomst ingaan met een toegespitst oor om te horen wat de Geest tot ons te zeggen heeft. Met een hart brandende van liefde voor elkaar. Met een gemotiveerde werklust en vrijmoedigheid om het wonder zijn kans te geven tot redding van de wereld en tot verheerlijking van onze God.