Het overwinnen van demonen
In Mattheüs 17:14-21 over de maanzieke jongen, worden we geconfronteerd met leerlingen van Jezus die de jongen niet kunnen genezen. Hoewel zij het geprobeerd hebben, is de vader teleurgesteld. Hij zegt tegen Jezus: ‘Ik heb uw leerlingen gezegd, dat zij de geest zouden uitdrijven en zij hebben het niet gekund’. Dit probleem doet zich ook voor in zogeheten christelijke gemeenten. Ook zij kennen de situaties dat gebed, handoplegging, het zalven met olie én het uitwerpen van demonen niets opleveren. Jezus maakte duidelijk waarom zijn leerlingen niet in staat waren om te genezen. Hij noemt namelijk drie voorwaarden om demonen te kunnen overwinnen en hun slachtoffers te bevrijden: ‘Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft’. ‘Maar dit soort kan alleen door gebed én vasten worden uitgedreven’. Het gaat dus om geloven, vasten en bidden in verband met de overwinning in de hemelse gewesten.
Geloof
- ‘Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien’ (Hebr.11:1).
Het geloof pakt iets vast, dat niet zintuiglijk waarneembaar is, maar toch zeker is en niet dubieus. Daarom richt het ware geloof zich op de Woorden van God, dat eeuwig en onveranderlijk is. Geloven is niet door het oog en door het zien, maar door het oor, dat is door het horen van het Woord van God. Dit Woord trekt uit ‘overwinnende en om te overwinnen’ (Openb.6:2). Wie door het geloof in dit Woord, dat is in Christus, blijft, functioneert in deze overwinning mee.
Meewerken in het plan van God
Het Woord spreekt van de bedoeling en het plan van God met de mens. Het concentreert zich in Christus. Hij is de hersteller, redder, bevrijder, genezer en de doper met Gods Geest. Hij herstelt de natuurlijk mens door hem te redden uit de klauwen van zijn onderdrukkers, satans demonen. Hij geeft hem daarna de kracht van Gods Geest, zodat de mens een gééstelijk mens kan worden. Geloven speelt zich af in de onzienlijke wereld. De mens luistert niet meer naar wat hij in de zichtbare wereld hoort en ziet. Wie de Woorden van God vasthoudt, heeft een ‘geloof, dat de ziel behoudt’ (Hebr.10:39).
In de Bijbel wordt gesproken over klein geloof (in het geval van de leerlingen bij de maanzieke jongen) en van groot geloof (zoals bij de hoofdman te Kapernaüm). Ons geloof kunnen we vermeerderen, dat doen we door de kennis van de onzichtbare wereld te vergroten. Op die manier moeten de demonen wijken. Hoe meer wij van de hemel en van zijn bewoners, van zijn krachten en van zijn wetten weten, des te meer kunnen wij geloven en hiernaar handelen.
De hoofdman te Kapernaüm had de woorden begrepen, die Jezus over het Koninkrijk van de hemelen in gelijkenissen gesproken had. Zijn geloof had het vermogen om deze beelden uit de zienlijke wereld over te zetten in de onzienlijke. Daarom zag hij hoe de genezing van zijn knecht moest gebeuren. Hij zag de ziekte van zijn ondergeschikte als een macht en Jezus als autoriteit in de hemelse gewesten. De genezing berustte op wetten in de onzichtbare wereld, waar Jezus gesteld was bóven alle dingen, ‘het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten’ (Col.1:16). De hoofdman begreep dit en daarom kon hij het vastpakken. Jezus getuigde van hem, dat hij een groot geloof had, groter dan zelfs in Israël gevonden werd, want de centurio was er zeker van, dat de machten op een enkel woord van Jezus zouden wijken.
Enkele one-liners over geloven:
- “Dit is zo’n gelovige man (of vrouw)…!”
Als wij zeggen dat wij iemand geloven, moet deze persoon eerst iets gezegd hebben. Wij kunnen pas veel geloof in hem hebben, als hij veel gezegd heeft en wij veel van hem weten. Als men dan vol bewondering uitroept dat een bepaald persoon zo gelovig is, vragen wij direct: ‘Ja maar, wat gelooft hij dan?’ Zo’n persoon zal veel beloften van de Heer moeten kennen en vasthouden, zodat deze in zijn leven gerealiseerd worden. Maar men bedoelt hiermee eigenlijk dat het goed te zien is dat iemand gelooft. Men bedoelt dan uiterlijke kenmerken, zoals:
- Ernst,
- zwarte kleding,
- gedwongen kerkgang,
- het verplicht ophoesten van de tien geboden,
- Het ontlopen van werkjes op zondag als levende doden,
- tradities, enz., en zo voort…
Paulus schrijft echter dat gelovige zich openbaart als ‘een mens van God, die naar het beeld van Jezus tot alle goede werken volkomen is toegerust’ (2 Tim.3:17). Het geloof is een zaak van het innerlijk, niet van het uiterlijk.
- “Je moet in het geloof uitstappen…!”
Wij hebben dit gezegde nooit goed begrepen, omdat het vaag en onduidelijk is. Waar zit men eigenlijk, dat men kan ‘uitstappen’ en bij welk station, bus of tramhalte doet men dit? Wanneer wij in het Woord van God zijn en blijven, mogen wij zeker niet uitstappen! Wij zijn dan immers al op de hoge weg, dat is het goede pad in de hemelse gewesten. Als kinderen van God die gedoopt zijn met Gods Geest, hebben wij kracht ontvangen om te wandelen en te strijden in de hemelse gewesten. Gods Geest zal ons leiden en steeds meer woorden van God in gedachten houden en kennis meedelen van de onzichtbare wereld. Wij moeten blijven in het geloof, leven in het geloof, strijden in het geloof en overwinnen in het geloof, dat wil zeggen als geestelijke mensen leven vanuit de onzichtbare wereld. Niet uitstappen, maar blijven!
Het gaat bij het geloven om de kennis van de waarheid en de wetten van het Koninkrijk van de hemelen. Door de kennis van het occultisme, van de invloed van de voorgeslachten, van de slechte werken van vrome geesten en de verleidende geesten, kan men in de gemeente veel vijanden ontmaskeren. Hun slachtoffers kunnen worden geholpen, zodat de demonen hen moeten verlaten in de naam van Jezus. Zo worden zij bevrijd van angst, zwaarmoedigheid, onreinheid, zelfmoord, leugens en andere gebondenheden. Bij dit alles ontvangen we een getuigenis in de zichtbare wereld, zoals er staat, dat God van de beloofde redding getuigde: door tekens en wonderen en allerlei grote werken te doen en door de gaven van Gods Geest overeenkomstig zijn wil te verdelen (Hebr.2:4). Hoe groter onze kennis wordt van het plan van God, van het wezen en de wetten van het Koninkrijk van God en van het wezen en de wetten van het rijk van de duisternis, hoe meer wij kunnen geloven en hoe meer wij in het geloof kunnen handelen. Het gevolg hiervan is dat wij meer van het behoud en de redding op deze aarde gerealiseerd zien. Daarom bidt de apostel: ‘Dat u Gods wil volledig mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u geeft’ (Col.1:9).
Vasten
Vasten is het zich tijdelijk losmaken van de natuurlijke verlangens van het lichaam om zich volkomen in de geestelijke wereld te bewegen. Het natuurlijke leven moet uiteraard ook door de wetten van God bepaald worden. Het is juist de heerlijkheid van de kinderen van God dat zij in dit leven ontspannen mogen zijn; dat zij niet opgejaagd of afgeremd worden. Wij hoeven hun gedrag niet te laten bepalen door de wetteloosheid die het leven van de mensen onnatuurlijk maakt. Daarom zegt de Bijbel dat wij zuiver zullen leven, tevreden met wat de Heer ons geeft. Het gaat niet om rijkdom of eer. In het natuurlijke leven willen we laten zien dat we met God leven. Het vasten dat God wil is ‘de boeien van de goddeloosheid losmaken’, dat wil zeggen: in het natuurlijke leven, spreken en handelen naar de wetten van God (Jes.58:6). Voor een opnieuw geboren christen is dit geen levenspatroon dat hij zo nu en dan volgt, maar het beheerst zijn hele bestaan op aarde én in de hemel. Daarom is hij matig in alles: in zijn eten en drinken, ontspanning, werk, seksuele leven, zijn verlangen naar bezit, enz.
Jezus’ verzoeking in de woestijn
Er zijn echter tijden, dat op het geestelijke terrein zulke verstrekkende beslissingen genomen moeten worden of zo’n hevige strijd gevoerd moet worden, dat het noodzakelijk is zich helemaal in de geestelijke wereld te bewegen. Jezus kende ook zo’n tijd toen Hij na zijn doop IN water, Zich in de woestijn terugtrok om door de duivel verzocht te worden. Ook de oudsten van de gemeente in Antiochië wisten dat er een nieuwe fase in het Koninkrijk van God ging aanbreken. Daarom trokken zij zich uit de natuurlijke wereld terug om beter de stem uit de hoge te kunnen verstaan. ‘Terwijl zij vastten bij de dienst van de Heer, sprak Gods Geest’ (Hand.13:2). Daarna werden de eerste leerlingen uitgezonden om de heidenen tot bekering te brengen.
Jezus maakt duidelijk wat de bedoeling van het vasten is. De Farizeeën en de volgelingen van Johannes de Doper hadden gevast. Daarop stelde iemand de vraag: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ Jezus antwoordde:
- ‘Kunnen de bruiloftsgasten vasten, terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten. Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is en dan zullen zij op die dag vasten’ (Marcus 2:18-20).
Om de stem van Jezus te horen en zijn werken te zien, hoefden de leerlingen zich niet te concentreren in de hemelse gewesten. Zij gingen naar Jezus toe, als zij iets wilden weten of als zij bevrijding en genezing nodig hadden. Zo vroegen zij aan Hem om de schoonmoeder van Petrus te genezen. Als Jezus opgevaren is naar de hemel, houdt echter ieder aards contact op. Zij moeten Hem zoeken, waar Hij is en zich daarop instellen. In dit verband zei Jezus: ‘Ik wil, dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te zien’ (Joh.17:24). Wanneer wij de heerlijkheid en de kracht van Jezus zien en ervaren, zullen wij ons moeten verplaatsen naar Hem, dat wil zeggen naar de hemelse gewesten. Vasten is dan een middel om zijn stem te doen horen (Jes.58:4). Vasten is geen doel, maar een manier om het doel te bereiken: contact met Jezus Christus. Vasten is het zich losmaken van de aarde, van het zichtbare, van de omstandigheden en van de natuurlijke dingen.
Zelfkastijding of geloof?
God heeft geen plezier in pijniging van ons lichaam. Wie in de hemelse gewesten is, moet zijn lichaam met zijn verlangens niet voelen. Een spreker, die helemaal in zijn toespraak opgaat, moet door niet zijn lichaam afgeleid worden. Niet door een steenpuist, die hem ieder ogenblik bij zijn lichamelijke pijn bepaalt. Niet door hongergevoel, maar ook niet door een overladen maag. Bij het vasten moet men geen misselijk gevoel van honger hebben, maar ook geen gevoel van verzadigd zijn. Wie zijn geldzorgen niet van zich afzetten kan of zijn problemen in zijn huwelijk of zaak, kan niet overschakelen van de aarde naar de hemel.
Wie de hele dag naar de hersenloze Staatspropaganda kijkt of door zieke films zich verdiept in de wetteloosheid van deze wereld, heeft dezelfde moeilijkheden. Men moet ook niet afgeleid worden door de drang naar seksueel contact met zijn vrouw (of omgekeerd). Daarom zegt de apostel tot de getrouwden: ‘Onthoudt dat elkaar niet, tenzij met onderling goedvinden en voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan het gebed’ (1 Cor.7:5). Wie door zijn vasten niet op de hoge weg komt (wie juist dan afgeleid wordt) kan er beter mee ophouden want het is dan zinloos.
Vasten en blijdschap
Jezus zei:
- ‘Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen (in de eer van mensen). Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene (in de hemel) ziet, zal je ervoor belonen’ (Matth.6:16-18).
Het zalven van het hoofd is overeenstemming met de innerlijke blijdschap, net als een stralend gezicht. Het geeft ons een voorproefje van de eeuwigheid. Krijgt iemand echter hoofdpijn of ander lichamelijk ongemak, dan werkt de innerlijke blijdschap niet. Het is dan onmogelijk ontspannen te leven in de hemelse gewesten.
Het verkeerde vasten, geïnspireerd door vrome geesten
Jesaja 58:1-7 geeft een beschrijving van vasten, zoals wij dit ook zien bij een nooit bekeerd naamchristendom en wat verwerpelijk is:
- ‘Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid’.
Met hun vasten hielden zij ook verplichte ‘boetedagen en verootmoedigden’ zich:
- ‘Zou dat het vasten zijn dat ik wil? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten? Is dat een dag waar God blij van wordt?’
Hier merkt men de ‘vrome’ geesten, die een mens opjutten. Met dit vasten maakt men zich NIET los van de aarde en ook niet van het rijk van de duisternis. Het zakenleven, het kantoorwerk, het werk gaan trouwens gewoon door:
- ‘Zie, op uw vastendag doen jullie zaken en beul je al je werknemers af’.
Men strijdt niet in de geestelijke wereld en ‘vast vandaag niet om uw stem in de hoogte (in de hemelse gewesten) te laten horen’. Als gebonden christenen vasten, werkt dit averechts. Zij moeten eerst bevrijd worden van het rijk van de duisternis en loskomen van de aarde.
- ‘Is dit niet het vasten dat ik wil: misdadige ketens losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden en ieder juk breken?’
Wanneer bij het vasten de machten van zonde en ziekte zo opspelen, dat de mens geen contact met de Heer krijgen kan, is het beter eerst tot rust te komen en zich te laten bevrijden. Er zijn mensen, die tijdens het vasten onrustig worden, of prikkelbaar en juist dan gekweld worden door allerlei natuurlijke verlangens.
Het Koninkrijk van God is vrede, gerechtigheid en blijdschap! Vasten is het weg doen van alles, wat onze wandel op de hoge weg belemmeren kan. Wij moeten, als het goed met ons is, ieder ogenblik kunnen overschakelen van de aarde naar de hemel, van de zichtbare dingen naar de onzichtbare. Nog beter is het als wij ons aangeleerd hebben de dingen van bovenaf te bezien, dat wij vanuit de onzienlijke wereld kunnen omschakelen naar de zichtbare. Van het hemelse naar het aardse, van het geestelijke naar het natuurlijke.
Hoe het niét moet
Waar onze schat is, daar is ook ons hart, namelijk de innerlijke mens. De meeste kerkgangers zijn geneigd om te gaan vasten, wanneer zij in zware strijd gewikkeld zijn. Wij raden aan om de geschiedenis eens te lezen van Jonathans overwinning op de Filistijnen in 1 Samuël 14. Saul had in het heetst van de strijd een vasten uitgeschreven. Jonathan had dit niet gehoord. Hij at onderweg honing ‘en zijn ogen stonden weer helder’. De overigen waren echter zo uitgeput, dat de overwinning niet groot was, wat bij Jonathan de uitroep ontlokte:
- ‘Mijn vader heeft het land (door dit gebod en dus druk om te vasten) in het ongeluk gestort!’
Bidden
Bidden is bezig zijn in de hemelse gewesten. Tijdens de strijd daar geldt: ‘Laat u bij het bidden leiden door Gods Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bidt voortdurend’ (Ef.6:18). Het ogen sluiten tijdens het bidden, wijst op stoppen met de bezigheden op aarde en zich concentreren op het hemelse. Jezus zei: ‘Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is’ (Matth.6:6). Massa’s mensen bidden juist in de zíchtbare wereld: zij praten plechtig, zijn lang van stof en lopen in het zwart. Wat zij in de geestelijke wereld aan kracht missen, proberen zij door een stortvloed aan woorden te compenseren in de natuurlijke wereld. Maar Jezus zegt:
- ‘Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voort prevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden’ (Matth.6:7).
Formuliergebeden en cliché-uitdrukkingen brengen ons niet in de hemelse gewesten. Het gaat bij het bidden niet om de woorden, maar om het ontvangen. ‘Vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je blijdschap volmaakt zijn’ (Joh.16:24).
De Farizeeër en de tollenaar
In Lucas 18:9-14 staat de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. De eerste bad een gebed in de zichtbare wereld. Hij sprak met God over uiterlijke dingen en menselijke prestaties. De tollenaar vroeg echter iets uit de onzichtbare wereld, namelijk genade. Vergeving van schuld krijgt men alleen als men in de genade gelooft. Daarom werd de tollenaar verhoogd, dat betekent dat hij een plaats in de hemelse gewesten ontving.
Bidden moet geen plicht worden. In kerken en groepen dringt men graag aan op het houden van een stille tijd. Voordat men naar zijn werk gaat, verplicht men zich om stil te zijn, zodat God spreken kan. Een goede doelstelling, maar vergeet niet dat een rooms-katholiek op dezelfde manier naar de vroegmis kan gaan om aan zijn godsdienstige plichten voor die dag te voldoen. Wat is de meerwaarde van die ‘verplichte’ stille tijd? Komt men door mediteren, een gebedsprogramma en het Bijbellezen nu werkelijk in de hemelse gewesten, in contact met Jezus Christus? Of wordt men afgeleid en gaat men van het ene onderwerp naar het andere? Zijn er zelfs zondige overdenkingen bij? Klopt het wat de kinderen zingen: ‘Lees je Bijbel, bid elke dag, als je groeien wilt’. Groeien de theologen, de monniken en nonnen dan het snelst? De wetgeleerden kenden ook hun Bijbel en zij verachtten de mensen die de wet niet kende, maar het bracht hun geen redding. Zij ontvingen niets, niente, nada, noppes, omdat zij geen inzicht in de onzienlijke wereld hadden.
Moeten wij er een schepje bovenop leggen en overgaan tot nachtbidstonden? Levert dit meer effect op? Een crucifix, monnikspij, nonnenhabijt of andere soepjurken, devotie, ernst, kaarsen en boetedoeningen, zijn uiterlijkheden die geen enkele winst opleveren. Sommigen christenen moeten al om vijf uur op om op tijd op hun werk te zijn. Zij zijn geen kloosterlingen, maar staan in het volle leven. In alle vroegte stille tijd houden veroorzaakt meer spanning dan zegen. Tot elf uur ‘s morgens uitslapen als gevolg van de nachtbidstond is er niet bij. Het is van meer belang dat deze broers en zussen rustig en ontspannen de dag met de Heer beginnen en het contact met Hem al werkende de hele dag vasthouden, dan dat zij onder vrome druk eerst een godsdienstig ritueel moeten afleggen, terwijl de inmiddels wakker geworden kinderen proberen hun gedachten af te leiden. Bidden is geen doel op zichzelf, maar een middel om tot God te naderen. Hoe kan iemand uren lang bidden zonder in herhaling te vallen, vaak met toevoegingen als:
- “Ach Heere, geef toch en ach Heere, doe toch…”
Bidden is bezig zijn in de hemelse gewesten, een geestelijke daad, waar wij strijden, demonen binden en waar onze overwinning eindigt in dank en lofprijzing. Dit laatste vormt een essentieel onderdeel van ons bezig zijn in de hemelse gewesten. Het gaat om innerlijke rust de hele dag door. Wie in de hemelse gewesten leeft, heeft contact met God en Jezus in volle vrijheid. Hier geldt: ‘En wie dorst heeft, komt en wie wil, neemt het gratis Levenswater’.
Hoe leven wij?
De vraag is nu: hoe leven wij? Hoe strijden wij? Hoe ziet ons contact met God en Jezus er uit? Leef ontspannen met de Heer. Streef naar de geestelijke gaven. Doe de wapenuitrusting van God aan, zodat u des te beter in de hemelse gewesten strijden en overwinnen kunt en voor uzelf en voor anderen het behoud mogelijk maakt!
************
Gerelateerd:









