Gebonden aan het stof

  • ‘Mijn ziel ligt neergedrukt in het stof’ (Psalm 119:25)

Het is heel gemakkelijk om de dingen te begrijpen die betrekking hebben op het natuurlijke, dagelijkse leven. Mensen zijn immers zelf stoffelijk en leven in een stoffelijke, materiële wereld. Maar juist daarom is het moeilijk om voor geestelijke waarden begrip op te brengen. Zelfs een man als koning David moest het toegeven: ‘Mijn ziel ligt neergedrukt in het stof’ (Ps.119:25). Goddank kan de Zoon van God mensen bevrijden van deze gebondenheid aan het materiële, die hen geestelijk verblindt en wat leidt tot de geestelijke dood.

De ‘materialisering’ van het evangelie

Het grote probleem van de ziel die zich aan het stof vasthecht, is vaak dat men het geestelijke leven uitlegt en wil begrijpen vanuit natuurlijke uitgangspunten. Men hecht heel gemakkelijk geestelijke waarde aan wat een uiterlijke vorm is. De grote fout die kerken maken is dat zij het evangelie ‘vermaterialiseren’. Ze proberen levensheiliging en geestelijke overwinning tot stand te brengen door het opleggen van allerlei regels, uiterlijke leerstellingen en talrijke wetten. Ze onderwerpen gelovigen aan de doodsheid van de letter, terwijl bij hen de overvloed van het leven door de Geest ontbreekt. Het directe gevolg hiervan is dat kerkmensen zich onderwerpen aan allerlei systemen en programma’s, zonder de geestelijke kwaliteiten te bezitten die bepalend zijn voor het karakter van de gelovige.

Terwijl het aan een werkelijk geestelijke structuur in de persoonlijkheid ontbreekt, proberen kerken steeds maar weer massa’s christenen te programmeren door allerlei vermaningen en bedreigingen van straffen die ze toepassen. Dit was ook al het probleem van het Judaïsme in de eerste gemeente. God onderwees de Joden in allerlei geestelijke waarden door middel van aanschouwelijk onderwijs – zoals de symboliek van de tabernakel, de offers en de feesten. Maar het oude volk van God had geen besef van de geestelijke waarde van deze goddelijke manier van opvoeden. Ze klampten zich vast aan dit natuurlijke, didactische materiaal, zonder er de nodige geestelijke lessen uit op te diepen. Zo hechten de Joden vandaag nog veel waarde aan de besnijdenis. Maar al in het Oude Testament komt duidelijk naar voren dat deze besnijdenis voor alles een uiting was van een geestelijke realiteit in het leven van de mensen. Mozes sprak al van:

  • ‘De besnijdenis van het hart’ om de Heer lief te hebben’ (Deut.30:6).

Ondanks het feit dat de Joden zich heel bewust vast hielden aan de letter, ontbrak hun juist de geestelijke werkelijkheid. En daardoor werd de besnijdenis in feite een daad zonder enige betekenis.

Boven afwijzing verheven

Het is nooit Gods bedoeling geweest de mens geluk te brengen door middel van allerlei uiterlijke waarden. Het gegeven dat God David niet strafte voor het feit dat hij van de toonbroden had gegeten, was iets totaal onbegrijpelijks voor de Joden. Maar dit gegeven wordt door Jezus gebruikt om aan te tonen dat God nauwelijks geestelijke waarde hecht aan iets dat slechts materieel van aard is. David was een ‘man naar Gods hart’, daarom stond hij boven de veroordeling voor het feit dat hij aan een uiterlijke ceremonie tekort had gedaan. God veroordeelt geen enkel geestelijk mens voor het feit dat hij van een bepaald gewijd brood heeft gegeten of de sabbat niet houdt. Onder de Joden werden juist diegenen veroordeeld die geestelijke waarde hechtten aan dingen die slechts uiterlijke betekenis hadden. Hun ontbrak het wezenlijke: liefde en barmhartigheid. Hun ontbraken geestelijke waarden.

De ene vorm voor de andere

Paulus schreef aan de Galaten dat noch het feit dat iemand besneden is, noch het feit dat hij niet besneden is van enige geestelijke betekenis is. Wat geldt is ‘geloof door liefde werkende’. Waar het op aankomt is dat we een nieuwe schepping zijn (Gal.5). Op die manier kan men geestelijk verder komen.

Anderen denken dat het beter is allerlei vormen van organisatie dan maar af te schaffen. Als allerlei structuren in het werk van God nauwelijks waarde hebben, kan het feit dat men dergelijke structuren radicaal afzweert ook geen geestelijke inhoud hebben. Als dat wel het geval is, is men bezig de ene vorm door de andere te vervangen. Noch in het ene geval, noch in het andere is de garantie dat dit geestelijk leven zal brengen. Het geheim van het geestelijke leven ligt in de innerlijke verandering en de vorming van een geestelijk karakter. Het feit dat God Geest is, brengt mee dat men Hem moeten aanbidden in Geest en in waarheid. Men moet zijn leven op een geestelijk niveau brengen.

De besnijdenis is afgeschaft. Men moet haar nooit proberen te vervangen door andere uiterlijke dingen. Het natuurlijke leven zal alleen waarde voor de eeuwigheid hebben als het uitdrukking geeft aan innerlijk geestelijk leven. Als dat innerlijke leven echter ontbreekt, zullen uiterlijke prestaties nauwelijks waarde hebben. Men kan denken dat men geestelijk is doordat men zich bepaalde dingen ontzegt, zoals het niet eten van vlees. Paulus zegt echter: De zwakke eet alleen groente (Rom.14:2). Men houdt vaak voor geestelijk sterk wat door God echter als iets zwaks wordt beschouwd. En dat gebeurt waar uiterlijke dingen verward worden met het ware geestelijke leven.

Leven door Gods geïnspireerde woord

Opnieuw geboren christenen weten dat God christenen niet geroepen heeft om een systeem van uiterlijke waarden te verkondigen. De Bijbel is geen handboek voor allerlei uiterlijke gewoonten en regels die tijdelijke en plaatselijke betekenis hebben. Het Woord van God draagt geestelijke en eeuwige waarden aan. Waarden die leven schenken aan de ziel. Het is het overvloedige leven in de Geest dat de geestelijke statuur van opnieuw geboren christenen zal bepalen.