Vrucht van Gods Geest: zelfbeheersing

‘En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen’ (1 Cor.14:32).

Eén van de negen vruchten van Gods Geest is de zelfbeheersing. In Spreuken 25:28 staat:

  • ‘Een stad met omvergehaalde muren, zo is iemand die zijn geest niet in bedwang heeft.’ En in Spreuken 16:32 staat: ‘Een geduldig mens overtreft een held en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt’.

Er zijn zo ontzettend veel mensen die zich niet kunnen beheersen, die al heel snel ergens boos om kunnen worden. De Bijbel typeert hen als een stad zonder muren. Er is geen verdediging tegen de vijand mogelijk. De stad ligt open, is aan alle kanten kwetsbaar. Duistere, onzichtbare machten gaan in en uit. Er is geen muur om de vijand te weerstaan. Wat een tragedie!

Deze mensen hebben hun geest niet in bedwang. Als ze commentaar krijgen, voelen ze zich beledigd en reageren direct door zich te verdedigen. Ze moéten terugslaan. Ook een kind van God, die nog maar net op de hoge weg loopt, kan zo nog reageren. Zijn wapenuitrusting, waarmee hij de vijand zou kunnen afslaan, is nog niet compleet. In plaats van in het geloof te reageren met liefde en geduld, komen bijtende en scherpe woorden uit zijn mond. In een schriftelijke reactie (ook op onze website) worden de woorden kracht bij gezet door de nodige onderstrepingen of vetgedrukte woorden. In plaats van het welzijn en behoud van de ander te zoeken, probeert hij de ander dezelfde verwondingen toe te brengen, die hij zelf ook gevoeld heeft.

Wij kunnen ons niet voorstellen dat Jezus ooit de controle over Zijn geest verloor. Hij verspilde Zijn woorden niet, maar alles wat Hij zei, was naar de wil van God. Wie naar het beeld van Jezus Christus gevormd wordt, zal ook in dit opzicht Zijn kenmerken ontvangen:

  • ‘zodat hij in alles Jezus volgt, die als Hij uitgescholden werd, niet terug schold. Als Hij leed, dreigde Hij niet, maar gaf het over aan Hem die rechtvaardig oordeelt’ (1 Petr.2:23).

U kent dat beeld wel: een ouder die zijn kind vanuit onmacht en woede een paar harde tikken geeft. Die ouder kan zijn eigen geest niet beheersen. In plaats van het kind rustig te corrigeren, komt het ongedisciplineerde karakter van de ouder tevoorschijn. Jacobus schrijft: Want de woede van een mens brengt niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is (1:20). Opvliegendheid is een gevolg van een ongeheiligd leven en moet net als bitterheid, woede, getier en gevloek uit het midden van Gods kinderen worden verbannen. Want al deze eigenschappen bedroeven Gods Geest (Ef.4:30,31). Wie Jezus volgen wil, zegt niet: ‘Ik ben nu eenmaal zo’, maar beseft dat het onbeheerste gedrag fundamenteel fout is, waar hij of zij zo snel mogelijk van verlost moet worden.

Fanatieke profetieën met rampzalige gevolgen

Het wordt nog erger als iemand die zijn geest niet onder controle heeft, er trots op is dat hij de gave van profetie heeft. Hij heeft dromen, visioenen en profetieën, maar als hij zijn geest niet beheerst, zullen deze gaven steeds meer voor verwarringen en rampen zorgen. Precies wat de satan wil. De gevolgen zijn desastreus.

De antichristenen vandaag (1 Joh.2:18)

Wanneer iemand zijn eigen geest niet onder controle heeft, staat hij aan twee gevaren bloot: ten eerste laat hij met de boodschap van God ook de eigen geest meespreken en ten tweede dringen verleidende geesten deze ontmantelde stad steeds verder binnen. Zij geven zich uit voor wat zij niét zijn. Dan is het zelfs mogelijk dat iemand door ‘de geest’, Jezus een vervloeking noemt (1 Cor.12:3).

De laatste dagen

God wil ons in deze laatste dagen ons zijn volle zegen en genade geven. Wij geloven in de overwinningsboodschap, die inhoudt dat wij dezelfde Jezus hebben als de apostelen. Waar veel mensen voor een leven zonder God kiezen en Jezus niet nodig hebben, geloven wij in Jezus als de Verlosser van onze zonden. Jezus Christus is de doper met Gods Geest; Hij is onze Koning. Zoals Hij zich in de evangeliën geopenbaard heeft, zo is Hij nu nog steeds dezelfde. Zijn evangelie van het koninkrijk van de hemelen is niet op zijn retour, maar wordt steeds actueler. Gods Geest overtuigt ons hiervan: Dit is het! Daarom streven we naar de gaven van Gods Geest om de satan en zijn demonen te overwinnen (Openb.12:11).

Streven naar heiligmaking

Wie God wil zien, moet voldoen aan de allergrootste voorwaarde: streven naar heiligmaking (Hebr.12:14). Wij hoeven niet bang te zijn dat wij demonen oproepen als wij visioenen of profetieën krijgen. Heiligmaking is namelijk door en door Bijbels. Wij moeten er immers naar streven (1 Cor.14:1). Schrik niet als mensen u wijzen op excessen, ooit in het verleden. Wie de weg van Jezus gaat, vervalt niet meer in excessen. Op deze weg gaan mensen met ‘een stille en zachtmoedige geest’, die kostbaar is voor God. Het doel van het streven naar de geestelijke gaven is heilig te leven en de gaven te gebruiken om de gemeente op te bouwen. Daar is zelfbeheersing voor nodig, want wie rustig blijft, geeft zich niet over aan kunstmatig opgewekte opgewondenheid. De machten van de duisternis vinden geen ingang in de geest van de mens die met Gods Geest verbonden is. De oproep van Jezus is: ‘Waak en bid!’.

Misschien denken sommigen dat zij niet in geestvervoering kunnen raken zonder de controle over zichzelf te verliezen, maar de geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen. Dat wil zeggen: ook wanneer in een toestand van geestvervoering, Gods Geest door iemand spreken wil, houdt deze persoon toch de controle over zijn geest. Hij kan spreken of zwijgen en heeft ook zijn lichamelijke uitingen in bedwang. Maar vooral legt hij de eigen menselijke geest het zwijgen op, zodat Gods Geest des te zuiverder zich openbaren kan. De beheerstheid geeft de rust, die is als de stilte in de heilige tempel waarin God woont en spreekt.

Er is een geestvervoering die niets te maken heeft met verwarring en onrust. Jezus zelf ontving Gods Geest, maar nergens lezen wij dat Hij voor verwarring zorgde. Door deze zalving had Hij macht en autoriteit over de geesten van de duisternis. Paulus zegt: ‘Hetzij wij in geestvervoering kwamen, het was in dienst van God’. Hij roept de Corinthiërs op om niet voor wanorde te zorgen of aanstoot te geven, ‘want God is geen God van verwarring, maar van vrede’ (2 Cor.5:13 en 1 Cor.14:33). Gods Geest laat een mens niet opscheppen over zijn gaven en zorgt niet voor arrogant en hysterisch gedrag. Gods Geest laat mensen niet gillen en schreeuwen in de samenkomst, waardoor samenkomsten chaotisch worden. Dat is het werk van demonen (Mark 1:23). Onder De leiding van Gods Geest verloopt alles rustig en in goede orde (1 Cor.14:40).

Laten wij daarom bidden en er op letten dat wij in het natuurlijke leven deze vrucht van Gods Geest, de zelfbeheersing, laten zien. Wij willen leven naar het voorbeeld van de eerste christenen. Wij volgen de Bijbelse weg om de geestelijke gaven te ontvangen, dat is in Gods woorden geloven en om de gaven bidden. Wie de vruchten van Gods Geest zoekt (Gal. 5:22), mag ook de gaven zoeken (1 Cor.12:28). Dan zal geen onreine of valse geest van hem bezit nemen.

Natuurlijk zullen er dokters, psychologen en psychiaters zijn, die waarschuwen tegen dit ‘overgeestelijk gedoe’, zoals zij dit noemen. Hun wachtkamers zitten immers vol mensen die stemmen horen, die hun zenuwen niet meer in bedwang kunnen houden, mensen die met zelfmoordplannen rondlopen of aangezet worden tot zondige gedachten of daden. Deze medici zijn blind voor de geestelijke wereld. Zij zien niet de mensen die gewend zijn om naar Gods Geest te luisteren. Deze mensen, kinderen van God, worden door Gods Geest geleid. Zij hebben geen zelfmoordneigingen, maar willen anderen helpen. Zij zijn niet seksueel gebonden, maar rein van hart, omdat hun lichaam een tempel van Gods Geest is. Zij staan in de vrijheid. Zij beheersen hun geest door de kracht van Gods Geest, in stilheid en vertrouwen is hun sterkte’ (Jes.30:15).

Maar met de eeuwige God en Jezus Christus is het niet zo als met de goden, waarvan de Chaldeeuwse geleerden zeiden, dat zij ‘niet bij de stervelingen wonen’. Gods Geest, die uitgaat van de Vader en de Zoon, blijft bij Zijn kinderen en zal in hen zijn (Joh.14:17). Zij zullen weten dat zij in Christus zijn en Christus in hen. Hij zal hen niet alleen leiden, Hij zal ook de woorden van God in hun gedachten brengen. Hij zal de zonen en dochters laten profeteren, de jonge mannen gezichten laten zien, de ouden dromen laten dromen en hen laten profeteren.

Tenslotte is de zelfbeheersing een schakel in het groeiproces van de genade: van de zelfbeheersing naar de volharding en van de volharding naar de godsvrucht en de broederliefde (2 Petr.1:6). Laten we daarom streven naar deze vrucht van Gods Geest, want we leven in de laatste dagen!

************

Gerelateerd:

De versterking van de innerlijke mens >>>>>