Hoe toetsen we profetieën?

  • ‘Doof de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toets alles en behoud het goede’ (1 Thess. 5:19-21)

Als opnieuw geboren christenen de doop met Gods Geest ontvangen, ontwikkelen zij hun geestelijke gaven. Zo is o.a. het profeteren een gave van de Geest. In de gemeente klinkt de stem van de profetie. De gave van profetie is een geschenk van God, maar ze wordt aan onvolmaakte, feilbare mensen toevertrouwd. Er is wijsheid en tact nodig om ermee om te gaan: de profetie zal daarom op de juiste manier gehanteerd moeten worden. ‘Onvolkomen is ons profeteren’, geeft de apostel Paulus onomwonden toe in 1 Corinthe 13:9. Hij geeft hiermee aan dat een profetie meestal correctie en aanvulling nodig heeft. Vandaar ook dat Paulus waarschuwt de profetieën enerzijds niet te verachten, maar ze anderzijds wel aan een beoordeling te onderwerpen. Hoe gaat dit ‘toetsen’ in z’n werk? Welke criteria moeten we daarvoor aanleggen? Kan iedereen dat zomaar doen of moet je daarvoor over speciale geestelijke kwaliteiten beschikken of door de gemeente ertoe gevolmachtigd zijn?

Uit welke bron komt de profetie?

Profetie moet uit Goddelijke inspiratie ontstaan. Maar ze kan ook uit de menselijke geest voortkomen of zelfs van satan afkomstig zijn. Nu zal wat het toetsen van de inhoud betreft, het zonder meer duidelijk zijn dat deze ‘Bijbels’ moet zijn. Dit wil zeggen dat ze getoetst kunnen worden aan duidelijke uitspraken van Gods Woord en ook dat ze niet in strijd mogen zijn met de geest van dat Woord. Voor het eerste is een dosis Bijbelkennis nodig, voor het tweede geestelijk onderscheidingsvermogen. Waar een gemeente zich bewust onder de leiding van de Geest stelt, zal het in de samenkomsten zelden voorkomen, dat profetieën uitgesproken worden, die echt als ‘fout’ moeten worden gewaardeerd. De ervaring leert namelijk dat iemand die duidelijk ‘uit een verkeerde bron tapt’ bij zijn profeteren in een samenkomst waar de Geest werkt, eenvoudig ‘monddood’ wordt gemaakt. Een dergelijke profeet, die in zijn geest ervaart dat hij verhinderd wordt om zijn ‘boodschap’ door te geven, zal dit graag als een gebrek aan ‘vrijheid voor de geest’ interpreteren. Niet zelden komt het voor dat zo’n gefrustreerde ‘boodschapper van de heer’ daarna buiten de gemeente om, zijn diensten aan de argeloze enkeling probeert te verkopen, een duidelijke indicatie overigens dat de Heer, die de gemeente in haar totaliteit door middel van de profetie bouwen wil, een dergelijk profeet beslist niet gezonden heeft.

Profetie moet op zijn juiste waarde geschat worden

Paulus waarschuwt in dezelfde tekst: ‘Doof de Geest niet uit en veracht de profetieën niet’. Dit uitdoven van de Geest in relatie tot de profetie, houdt duidelijk verband met de bereidheid de profetieën in de gemeente de plaats te geven die ze toekomt en ze op hun juiste waarde te schatten. In dit verband zegt Paulus: ‘Wie profeteert, spreekt voor de mensen, stichtend, vermanend en bemoedigend’ (1 Cor.14:3). Een andere veelzeggende opmerking van de apostel is, dat er geprofeteerd moet worden vanuit de intentie dat ‘allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen’ (1 Cor.14:31). Duidelijk komt hierbij naar voren dat het bijzondere van de profetie niet bestaat in het verrassende en spectaculaire van een geheel nieuwe openbaring. Een woord dat opbouw, vermaning, bemoediging, lering en opwekking brengt, hoeft namelijk op zichzelf helemaal geen bijzondere elementen in zich te bergen. Het komt er alleen maar op aan dat het juiste woord gesproken wordt op het juiste tijdstip, daarbij volkomen inhakend op de situatie of op een bepaalde nood, zoals die voorhanden is.

De waarde van een profetie wordt bepaald door de mate, waarin ze past in het kader van een bepaalde bijeenkomst en aansluit op wat de ‘Geest tot de gemeente te zeggen heeft’. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de benadering van de profetie in de samenkomsten. Ware, waardevolle profetie zal altijd harmonisch samengaan met wat de Heer in het geheel van een bepaalde bijeenkomst van de gemeente aan de orde wil gesteld zien. De Geest, die door directe inspiratie tot de gemeente spreken wil, is dezelfde die ook de voorganger bij de voorbereiding van zijn boodschap heeft geleid. Het gebeurt dan ook vaak, dat een profetische boodschap, vóór de woordverkondiging uitgesproken, dezelfde accenten legt als die in de prediking aan de orde zullen komen.

Profetie moet geen overtrokken rol spelen

Profetie in een samenkomst staat niet op zichzelf en zal daarom ook niet meer aandacht en tijd opeisen als ze in het geheel van de dienst verdient. Paulus schrijft: ‘Wat de profeten betreft, twee of drie mogen het woord voeren en de anderen moeten het beoordelen’ (1 Cor.14:29). Duidelijk wordt hier het praktiseren van de profetie aan banden gelegd. Enkele verzen later stelt de  apostel dan wel: ‘U kunt allen een voor een profeteren’, maar het ligt voor de hand, dat dit moet worden gezien binnen het schema van het beperkte aantal ‘profeten’, dat in een bepaalde samenkomst aan het woord mag komen. Allen zullen namelijk wel eens door de Heer gebruikt mogen worden om profetisch op te treden, maar niet allen zullen dat ook in een en dezelfde samenkomst kunnen doen. Een groot aantal profetieën in een en dezelfde samenkomst zou het doel voorbij kunnen schieten en de waarde van de profetie in dit geval zou kunnen worden gedevalueerd.

Profetie moet de gemeente opbouwen

‘Zo moet ook u’ schrijft Paulus, ‘omdat u naar geestelijke gaven streeft, proberen uit te munten tot opbouw van de gemeente’ (1 Cor.14:12). Nieuwtestamentische profetie heeft de gemeente in haar geheel op het oog. De bedoeling is dat allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen’ (1 Cor.14:31). Interessant is op dit punt het feit dat men in sommige samenkomsten gewoon is, allerlei zogenaamde ‘persoonlijke profetieën’ door te geven. Een dergelijk woord mag voor degene die het voor zich opeist, dan troostrijk zijn. Vaak zijn het echter meerderen die menen dat een profetie door het persoonlijk ‘mijn zoon’ of ‘mijn dochter’ ingeluid, voor hen bestemd was. Het is dan wel vreemd dat de Heer Zich blijkbaar over de exacte geslachtsaanduiding zorgen maakt, terwijl in Christus toch noch man noch vrouw is. Hoewel de Heer Zich uiteraard van zulke boodschappen bedienen kan om een enkeling te vertroosten of te bemoedigen, is het de vraag welke waarde een dergelijke profetie voor het geheel van de gemeente heeft. Het doel van een boodschap van de Heer is, dat allen er lering en opwekking door ontvangen. Iemand die naar de geestelijke gaven streeft, zal dan ook moeten uitblinken tot opbouw van de gemeente.