Eenheid en de Nationale Synode

Er wordt alweer weer een Nationale synode gehouden. ​Vertegenwoordigers van alle kerkverbanden en geloofsgemeenschappen in Nederland worden uitgenodigd om samen te spreken over wat hen bindt in hun geloof in de levende God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (let op de in 325 n.C. uitgevonden drie-eenheidformule). De Nationale Synode is de zoveelste bijeenkomst om alweer te memoreren aan de synode, die 400 jaar geleden ook in Dordrecht werd gehouden. Doel van de bijeenkomst is te zoeken naar overeenkomsten en eenheid:

  1. Doorgeven van het evangelie van de levende God in verbondenheid met elkaar en met het oog op jeugd en komende generaties.
  2. Getuigen van dit evangelie in de samenleving en dat doen in gezamenlijkheid.
  3. Spreken en handelen met elkaar waar we wegen zien om samen op te trekken.
  4. Als kerken en geloofsgemeenschappen geven we ruimte aan lokale initiatieven door kerkordelijke en andere hindernissen weg te nemen.
  5. We bevorderen interkerkelijke geloofsgesprekken. We zoeken naar wat ons bindt zonder de eigen identiteit op te geven.

Het christendom is al snel na het ontstaan van de eerste gemeenten meegezogen in een proces van degeneratie, waardoor het volk van God, in plaats van hemelsgezind, aardsgezind werd. De aandacht voor het Koninkrijk der hemelen moest het veld ruimen voor interesse in allerlei aardse en tijdelijke dingen, die verheven werden tot eeuwige waarheden. Het Koninkrijk der hemelen bestond niet langer – zoals de apostelen predikten – in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door Gods Heilige Geest (Rom.14:17) maar in eten en niet-eten, sabbatten, zondagen en feestdagen, al of niet drinken, kleding, kerkgang, liturgie en levensstijl. Ook al miste men vrede en blijdschap en leefde men in ongerechtigheid, als men de uiterlijke vormen en ceremoniën maar in stand hield, werd dit goedgekeurd. 

Een verbond met de Wereldraad van kerken – 350 soorten evangeliën en ideologieën. Rome niet eens meegerekend…

Door het verlaten van het geestelijke terrein van het koninkrijk der hemelen, is men blind voor alles wat met de onzienlijke wereld te maken heeft: men is blind voor God, engelen, satan en zijn demonen. De zon, maan en sterren moeten daarom hun glans intrekken. De zon wordt zwart, de maan als bloed en de sterren stralen niet meer vanwege de wereldgelijkvormigheid van een aards naamchristendom. De wóórden blijven uiteraard wel bestaan en voortleven, maar ze krijgen een totaal andere inhoud. Begrippen als: genade, liefde, waarheid, hemel en wereld hebben niet langer meer de geestelijke betekenis die de Bijbel eraan geeft, maar degenereren mee tot woorden van een aardse en tijdelijke inhoud. De christelijke kerk – begonnen met de Geest – is net als destijds de gemeenten in Galatië, geëindigd met het vlees. Men keert terug tot de zwakke en arme wereldgeesten die geen  enkele  redding kunnen brengen. Men is wèl weer fanatiek talrijke wetten aan het uitvoeren en stapelt deze tot grote hoogten. Een nutteloze bezigheid. Ook de openlijke collaboraties die de kerken vandaag vormen met Goddeloze, politieke bananenkartels in NL en EU, is een teken aan de wand van het grote Babylon, waarin men vandaag graag feest viert. Ja, zelfs de heidenen die nog van nature doen wat de wet gebiedt, worden diep veracht en vervloekt. 

Verdeeld en verscheurd

Het is niet verwonderlijk dat het zich ‘kerkelijk’ noemend christendom in dit geestelijke klimaat hopeloos verdeeld en verscheurd is. Scheuringen hebben wel vaak tot doel een kerk te krijgen die meer aan het Nieuwtestamentische voorbeeld beantwoordt, maar net zo vaak loopt het op niets uit, omdat men de oude uitgangspunten van de voorvaders blijft handhaven. In deze situatie wordt royaal de methode van uitbanning en excommunicatie toegepast  t.o.v. allen, die de moed hebben tegen de kerkelijke leerstellingen in te gaan of ervan af te wijken. Iedereen is onderworpen aan het loerende oog van de waakhond, die verbeten en grimmig over ‘God-in-woorden-uitgedrukt’ moet waken. Elke ketterjacht levert gegarandeerd een rijke buit op. Maar ook nu spreekt de situatie in veel kerken duidelijke taal. Men schaamt zich voor de verdeeldheid in de kerk, maar tegelijk denkt men dat het aantal kerkelijke stromingen in de komende 15 jaar niet zal afnemen:

Geen Bijbels Fundament gelegd (Hebr.6:1,2)? Geen gemeente van Jezus Christus!

Een Nationale Dordtse Synode kan en zal daar nooit enige verandering in brengen, gezien de afwegingen die de verschillende afvaardigingen al van tevoren maken. Een federatieve samenwerking zal nooit iets goeds kunnen voortbrengen al haalt men duizend soorten geloven en ideologieën bij elkaar. In al die honderden kerken en ideologieën is nog nooit het enige Bijbelse Fundament gelegd. Men besprenkeld een baby en noemt het opgenomen in een verzonnen verbond met Abraham. In de jeugdjaren zegt deze een formuliertje op en klaar is Kees. Nu nog levenslang stipt de kerkelijke wetten en ceremoniën uitvoeren en dan maar hopen dat men na het sterven ergens uitkomt. Van deze weerspannigen staat terecht geschreven:

  • ‘Ik zal de trots op uw eigen kracht breken. Ik zal uw hemel als ijzer maken en uw aarde als brons’ (Lev.26:19).

En als men nog op zoek is naar de bevestiging dat men steeds wereldser werkt: wat te denken van de uitgave van de nieuwste Dordtse Glossy?

Daar issie weer. Een nieuwe Dordtse glossy 2018! Rembrandt zou zich doodschamen, maar in Dordt en vooral Zeeland aanbeden als een 1e klas heilige (met gegarandeerde aflaat….).

Het eeuwig evangelie

Het eeuwig evangelie (Op.14:6) is de nieuwe wijn, die zich niet in oude zakken laat vullen. Het evangelie vàn het Koninkrijk der hemelen is een totaal ander evangelie dan dat wat in de kerken wordt verkondigd. Sommigen menen dat het dezelfde boodschap is met een extra pluspunt: de doop in Heilige Geest, eventueel met alles wat daarmee samenhangt. Op die manier probeert men de gave van de Heilige Geest te koppelen aan een evangelie, dat zich betrekt op tijdelijke, aardse dingen. Kortere of langere tijd zal men zich verheugen over de frisse nieuwe dingen, die de Heer gegeven heeft, maar onherroepelijk zal men uiteindelijk vervallen in uiterlijke voorschriften, vormen en liturgieën. Wanneer bijvoorbeeld over zegen gesproken wordt, heeft dit betrekking op aardse zaken, zoals geld, zaalruimte of de hoeveelheid mensen die de kerk bezoeken. De zegen waar de Schrift over spreekt, heeft echter altijd direct te maken met geestelijke waarden. Deze zegen mikt op de vooruitgang van het Koninkrijk van God, de geestelijke opbouw van de gemeente.

Het eeuwig evangelie is daarom een totaal ander evangelie. Van de grond af aan. Het maakt de mens tot een hemelburger. Het maakt de mens mondig ten aanzien van de onzienlijke dingen. De gemeente die zich deze boodschap eigen maakt, zal een gemeente zijn waarin het onmogelijk nog kan voorkomen, dat er scheuringen zijn door verschil van gewoonten in allerlei aardse dingen. Men zal de eenheid van de Geest (!) weten te bewaren door de vredesband. Het karakter van zulke gemeenten is grote vrijheid. De eenheid wordt er bevorderd door de hemelse gezindheid. Het glorieuze resultaat van het evangelie van Jezus Christus is, dat er een eenheid ontstaat, die niets te maken heeft met uniformiteit, maar die geestelijk is.

Als opnieuw geboren en met Gods Geest vervulde christenen moeten wij ervoor waken, dat we ons bezig houden met de dingen die boven zijn en niet met eten, drinken, kleding en liturgie. Dit is de schuld, die we tegenover de wereld hebben. Er staat in Romeinen 13:8 niet, dat we niemand iets schuldig moeten zijn, dan dat we hem liefhebben, maar onze schuld, die ieder van ons heeft tegenover zijn buurman, collega enzovoort is, dat wij elkaar liefhebben. De hartelijke liefde in de gemeente tussen de broers en zusters is het aantrekkelijke voor de buitenstaander. Die liefde wordt alleen in stand gehouden door een eensgezind streven naar de geestelijke dingen. Waar men elkaar lastig valt over eten, drinken, tienden, sabbatten, zondagen en vrijetijdsbesteding, ontstaat snel ruzie. Want dit is de liefde van God, dat wij zijn geboden bewaren (1 Joh.5:3). En zijn geboden zijn geestelijk.

 Totdat de volle eenheid bereikt is

Eén van de grootste vijanden van het volk van God zijn de dwalingen. Door middel van deze dwalingen kunnen tal van ongerechtigheden gelegaliseerd worden, die anders door de waarheid aan de kaak gesteld zouden worden. Alles wat ingaat tegen de gezonde leer en niet het einddoel van het evangelie beoogt, is dwaling. De dwaling verschilt echter fundamenteel van de onkunde. Deze twee zijn onder christenen vaak door elkaar gehaald, waardoor de tevoren genoemde ketterjacht ontstond. Onwetenden en dwalenden werden daarbij over één kam geschoren.

Het karakter van de dwaling is altijd onbuigzaam verzet tegen de waarheid. De dwaling aanvaardt nooit de dingen, die uit de Geest zijn. Niemand zal door het opnieuw geboren worden en de doop in Heilige Geest ogenblikkelijk een volledig en harmonisch inzicht hebben. De eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon van God (Ef.4:13) zal in de gemeente slechts bereikt kunnen worden door het vasthouden aan de gezindheid van de Geest van Jezus. Het zal altijd gaan langs de weg van aanvankelijke onkunde. Dit alles neemt niet weg dat er in Gods Woord duidelijk sprake is van eenheid in kennis. Al in de dagen van Johannes waren er mensen die de dwaling liever hadden dan het licht en daarom zegt de apostel:

  • ‘Zij (de antichristen) waren niet uit ons, want als zij uit ons waren, zouden ze bij ons gebleven zijn…’

Sommigen noemen de veelheid van opvattingen – die vaak botsen – graag de veelkleurige wijsheid van God. Volgens hen doet het er niet toe welke Christus verkondigd wordt, áls Hij maar verkondigd wordt. Op deze manier echter worden de dwaling en de onkunde gehonoreerd als gaven van God. Niets is echter minder waar dan dat.

Hopeloosheid zonder einde

Hoewel in de gemeente dwaling en onkunde kunnen voorkomen en de zaak niet altijd op stel en sprong uitgezwaveld hoeft te worden, is het doel van het evangelie duidelijk: de eenheid van geloof en van de volle kennis van de Zoon van God. Deze volle kennis van de Zoon van God is niet, dat zijn wezen feilloos in woorden kan worden omschreven, zoals in alle belijdenisgeschriften wordt nagestreefd. Want de beste omschrijving, hoe scherp en Bijbels ook, zal nooit zijn eeuwige kracht en goddelijkheid kunnen samenvatten. De volle kennis van de Zoon van God kan niet in plechtige en gedragen woorden tot uitdrukking worden gebracht, maar alleen in een heilig leven door de kracht van Gods Geest. Het is een geestelijke kennis, een kennis van het hart, door ervaring.

De eenheid, die het evangelie op het oog heeft is, dat allen deel krijgen aan deze  bepaalde terminologie of het onderschrijven van een basisformule,  belijdenisgeschrift of een zoveelste Synode, maar het is een eenheid in geestelijke ervaring. Wanneer die eenheid bereikt is, dan hebben allen in de gemeente deel aan eenzelfde overvloedig leven. De liefde voor elkaar gaat gelijk op met die voor de waarheid. De dwaling en de onkunde drijven de kinderen van God uit elkaar en zijn bedoeld om de mens van God er onder te houden, zijn ontwikkeling af te remmen en te breken. Door de dwaling wordt het doel van het geloof verduisterd. De dwaling is een wandelen in de duisternis. Hoe wordt de eenheid van de Geest in de gemeente bewaard? Niet door een jacht op eventuele onvolkomenheden bij de andere broers en zusters, maar door een wandel in het licht.

‘Als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar’ (1 Johannes 1:7).