De leer van de voorvaders en het oude zuurdesem

Gezuurd en ongezuurd

De laatste tijd wordt er nogal eens op gewezen, dat er op het kerkelijk erf zoveel verwarring is. Men vindt er alle mogelijke leringen. De oorzaak hiervan is vaak dat iedereen zijn dwalingen vanuit het verleden meeneemt. Men kan het geestelijk milieu waar men uitgekomen is, niet helemaal loslaten. Men laat zich wel IN water dopen, maar dan wordt er een punt achter het vernieuwingsproces gezet. In plaats van zich geheel te laten hervormen door de vernieuwing van het denken kan men het verleden niet helemaal loslaten (Rom.12:2). Men heeft het nieuwe leven aangenomen en ontvangen, maar iets van het oude wil men toch behouden. Men probeert dit in te passen in het nieuwe, waarmee dit dan ook weer doortrokken wordt.

Zowel het Oude als het Nieuwe Testament waarschuwt tegen dit gevaar. Bij de uittocht uit Egypte, dus bij de bevrijding uit de slavernij, kreeg het volk Israël de opdracht om naast het strijken van het bloed aan de deurposten, ongezuurde broden te eten. De opdracht in Exodus 12:15 luidde:

  • ‘Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood en verwijder meteen op de eerste dag alle zuurdesem uit jullie huizen; wie op een van die zeven dagen iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden’.

Dezelfde waarschuwing wordt nog herhaald in vers 19, waaruit blijkt dat zij zeer belangrijk was. Het eten van gezuurd brood was in die tijd in de ogen van God zo’n ernstig vergrijp, dat een overtreder gedood moest worden en niet meer tot het volk van God gerekend werd.

Welke betekenis heeft deze waarschuwing voor Gods volk in onze tijd, dus voor het geestelijke Israël? Omdat er met zoveel nadruk op gewezen wordt, moet er toch wel een zeer ernstige les voor ons in verborgen zijn. Het leven van het natuurlijke volk Israël in het oude verbond stond immers als schaduwbeeld van het geestelijke volk van God in onze tijd. Wat is eigenlijk de betekenis van het woord zuurdeeg of zuurdesem? In de Bijbelse encyclopedie staat hierover onder andere:

  • ‘Bij het bakken maakte men een deeg van vers meel en daaraan voegde men wat gegist deeg van een vorig baksel toe; dat oudere deeg, het zuurdeeg, was in water bewaard. Zuurdeeg is dus iets van gisteren, van het verleden, de oude zuurdesem’.

Wat voor het natuurlijke volk Israël het natuurlijke voedsel betekende, is voor het geestelijke volk Israël het geestelijke voedsel. Water is beeld van het geestelijke leven. De geestelijke betekenis van dit in water bewaren van het zuurdeeg is dus: in zijn geestelijk leven vasthouden wat van gisteren was. Het betekent dus dat men iets van het oude verleden, dat men vastgehouden heeft, aan het nieuwe leven gaat toevoegen. Hiertegen waarschuwt God ernstig in bovengenoemde tekst. Hij vraagt dus van ons, dat wij afstand doen van alle overleveringen en oude ideeën, die nog herinneren aan en afkomstig zijn uit de tijd van onze geestelijke slavernij. God heeft ons hiervan bevrijd door Zijn zoon en Hij wil niet dat wij er iets van blijven vasthouden.

Vernieuwing van denken

Ook Paulus waarschuwt in Galaten 5:1 hiertegen als hij schrijft:

  • ‘Christus heeft ons bevrijd zodat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen’.
  • In dit verband gebruikt hij in vers 9 het beeld van het zuurdeeg: ‘Al een beetje desem maakt het hele deeg zuur.’
  • In 1 Corinthiërs 5:7 klinkt dezelfde waarschuwing: ‘Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood.’

Hieruit blijkt dus dat ons hele geestelijke leven beïnvloed en geïnfecteerd wordt, als wij maar iets van het oude blijven vasthouden. U zult het oude (zuurdeeg) uit uw huizen verwijderen. Doet u dit niet, dan geldt ook nu nog: zo iemand zal uit Israël (het Israël van God) uitgeroeid worden. Iedereen moet deze waarschuwing ter harte nemen. Het is nodig om biddend en in volle overgave aan de leiding van Gods Geest zichzelf te onderzoeken, of er nog iets gevonden wordt van de oude, geestelijke erfenis van voorvaders en hun rampzalige leringen. Wij zijn immers vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd (1 Petr.1:18).

Wij moeten vernieuwd worden in ons denken. Gaan wij hieraan voorbij, dan luidt de waarschuwing ook nu nog: ‘Al een beetje desem maakt het hele deeg zuur’, met andere woorden: een kleine dwaling is voldoende om te verhinderen dat wij tot de volle groei komen, zij is een belemmering voor de openbaring van de zonen van God, die de volmaaktheid bereiken. Letten wij echter op de waarschuwing samengevat in Exodus 12 en willen wij streven naar een volkomen vernieuwing, dan mogen wij op onszelf de woorden van Paulus in 2 Timotheüs 2:8 toepassen:

  • ‘De Heer zal u in alles inzicht geven’.