De gemeente op afstand

Een lezer wil met nog een paar mensen uit zijn omgeving de leer van Jezus aannemen over het Koninkrijk der hemelen. Dankzij de website worden zij fijn opgebouwd. Ze wonen echter in het buitenland waar de taal nog wel eens een probleem is. De Nederlandse begrippen zijn soms moeilijk te vertalen en zorgen soms wel eens voor een spraakverwarring. De lezer schrijft:

  • ‘Omdat wij ver van elkaar wonen, komen wij eenmaal in de week samen om het Woord te onderzoeken. Nu gebeurt het dat wij in de week aangevallen worden en wij onze broers en zussen niet kunnen bereiken. Voor Holland misschien onbegrijpelijk. Zo werd ik deze week ook aangevallen. Wij doen dan eenvoudig wat God ons in zijn Woord gezegd heeft in Jacobus 5:14, wij zalven degene die aangevallen wordt.
  • Nu hebben we een dochter van 13 jaar en zij doet wat wij doen, gewoon bidden en vragen en alles aan God vertellen. Wij vinden het een grote zegen zo’n kind te bezitten.
  • Nu komt de vraag: wij zijn beiden gedoopt met Heilige Geest en leggen elkaar de handen op. Als wij met z’n drieën zijn en de vijand willen verslaan, mag dan ook ons kind de handen opleggen? Graag zouden wij uw gedachten hierover vernemen.
  • We bidden dat de Heer u nog vele jaren wil gebruiken voor dit mooie werk, misschien niet altijd gemakkelijk en u zult wel niet altijd opbouwende reacties ontvangen. Toch weten wij uit ervaring dat de site een enorme zegen in ons gezin verspreidt. Ons denken wordt er steeds door vernieuwd. Wij danken u bij voorbaat voor uw antwoord’.

Ons antwoord:

Het is een hele opgave om zonder gemeente in een vreemd land niet alleen staande te blijven, maar ook geestelijk te groeien. Het is voor onze lezer met zijn gezin niet mogelijk in tijden van nood de oudsten te halen, zoals Jacobus 5:14 voorschrijft. Volgens ons inzicht is olie symbool van de Geest van God die in het midden van de gemeente woont. Om deze reden worden er tijdens de diensten in de gemeente en ook op de bidstonden degene die worden aangevochten niet gezalfd. Wel wordt dit – en dan alleen op hun verzoek – gedaan bij zieken die de samenkomst niet kunnen bijwonen. Ik zou dus in het geval van deze lezer met zijn gezin een ziek gezinslid niet met olie zalven, omdat er geen oudsten zijn en er ook (nog) geen gemeente is ontstaan.

Het opleggen van handen tot herstel en het onderling gebed zijn altijd mogelijk. Want dit mogen alle gelovigen doen. Er staat in Marcus 16:18 dat de gelovigen op zieken de handen zullen leggen tot genezing. Het gebed wijst op het zich verplaatsen in de hemelse gewesten.

  • De vraag wordt verder gesteld: ‘Mag ook een kind een ander, hier dus gezinsleden, de handen opleggen?’

Wie een aangevallene de handen oplegt, moet toch wel gedoopt zijn met Gods Geest, dus een inwonende kracht bezitten die tegenover het rijk van de duisternis wordt ingezet. Bij handoplegging claimt men een persoon voor het rijk van God en identificeert men zich met degene die aangevochten wordt. Dit is hetzelfde als iemand heiligen, dus afzonderen van de beïnvloeding van de satan.

Nu is een kind wel geheiligd in de gelovige ouders, maar de ouders zijn dit niet in het kind. Wij geloven niet dat het de taak van een kind is de handen op zijn ouders te leggen. Het is nog te kwetsbaar en nog niet ingesteld om een strijd aan te binden met de demonen. Het leeft nog – en terecht – in de natuurlijke wereld. Dat een goed en gehoorzaam kind denkt als vader en moeder is normaal.

Ongehoorzaamheid is zonde van de toverij, zegt de Bijbel, dus gemeenschap hebben met boze geesten. Een vrij kind zal dus denken zoals de ouders. Laat men het in de geestelijke wereld echter geen lasten opleggen waar het nog niet aan toe is. De tijd breekt gauw genoeg aan dat het zijn eigen strijd te strijden krijgt. Wij geloven dat wij het voorbeeld van Jezus moeten volgen: wij leggen onze kinderen zegenend de handen op, maar zij doen dit niet bij ons.

Laat het kind maar bidden voor vader en moeder, dit wil zeggen zich in het geloof tot de God van zijn ouders wenden om hulp. Wanneer de Heer de stem van de jonge raven hoort, zal hij ook het gebed van het kind horen, want onze God is een goede God die graag te hulp snelt, zoals er staat:

  • ‘Voor ze roepen, zal Ik antwoorden’.