Bij ‘de boodschap’

  • ‘En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie, stam, taal en volk’ (Openbaring 14:6).

Let op de inhoud

Er wordt dikwijls gesproken over ‘de boodschap’. Men zegt: ‘Zij staan er wel of niet achter’ of ‘de boodschap moet worden gebracht’. Het is daarom goed te realiseren wat voor inhoud deze ‘boodschap’ heeft, om elkaar te bemoedigen om op de ingeslagen weg voort te gaan. Wij moeten bij het brengen van deze boodschap steeds nagaan of wij dezelfde doelstellingen hebben als onze Heer had. Zijn evangelie betrof het volledige herstel van de mens en zijn ontwikkeling tot een geestelijk wezen. Jezus verkondigde de heropbouw van alle dingen. Hij begon zijn bediening met de woorden: ‘Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is dichtbij u gekomen’. Dit betekende dat vrede, gerechtigheid en blijdschap zouden gaan functioneren in de harten van allen die in Hem geloofden en Hem volgden.

Jezus sprak over de hemelse gewesten, omdat van daaruit de ontwrichting en beschadiging was begonnen, maar ook omdat het herstel van daaruit begint. Door verandering van toestanden op aarde brengt men geen wezenlijke oplossing van de noden. De opbouw van alle dingen kan niet van onder af aan beginnen, vanaf de aarde, maar alleen boven, vanuit de onzienlijke wereld. Daarom openbaarde de Heer de geheimen van het Koninkrijk der hemelen. Daarmee was zijn ‘boodschap’ uniek, want dit had niemand daarvoor gedaan en deze prediking kenmerkte zijn bediening. Wanneer wij spreken over ‘de boodschap’, betekent dit dat wij nauwkeurig de inhoud van de woorden van Jezus Christus onderzoeken en deze doorgeven, zodat het doel van God ook door ons zal worden bereikt: het herstel van de mens naar geest, ziel en lichaam en zijn voltooiing als geestelijk wezen.

Methode

De methode die Jezus in de geestelijke wereld volgde om de door zonde, ziekte en gebondenheid gekwelde mens te ontzetten, wordt omschreven door de opmerking:

  • ‘Als Ik door de Geest van God de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen’.

Door deze manier van handelen maakte Jezus normale, vrije mensen, met wie de duivel niet langer kon manipuleren tegen hun wil. Het is geen wonder dat de duivel alles in het werk stelde om dit opnieuw geboren worden tegen te gaan. Men schreef het genezende werk van onze Heer toe aan de beïnvloeding van Beëlzebul en zei dat Jezus een zondaar was. Het is daarom niet vreemd dat wij op dezelfde tegenstand stuiten, wanneer wij Hem willen volgen.

Geregeld beschuldigen mensen ons openlijk dat wij onze plaats in het Koninkrijk van God dreigen te verliezen, omdat wij ons teveel met satans demonen zouden inlaten. Wij kunnen hierop antwoorden dat wij deze strijd met het rijk van de duisternis nooit zelf hebben gezocht, maar wij kwamen in de praktijk van het leven met het verwoestend werk van de boze geesten in aanraking. Bij het bestuderen van het Woord van God, terwijl wij het voorbeeld van Jezus voor ogen hadden, kwamen wij tot de conclusie dat de bewerkers van alle kwaad op dezelfde manier moeten worden bestreden zoals Jezus dit deed. Dit is de enige manier om – van al onze vijanden verlost – in gerechtigheid te leven en de weg van de waarheid te bewandelen. Dat wij vanwege de prediking van deze ‘boodschap’ door veel kerkmensen niet aanvaard en zelfs gehaat worden, is voor ons slechts een logische consequentie, omdat zij kennis en inzicht van het wezen van goed en kwaad missen.

‘Bruggenbouwers’

Ook weten wij dat het evangelie van het Koninkrijk der hemelen zich met geen enkele leer van de aarde laat verbinden. Kort geleden zagen wij een brief, die iemand aan een bekende evangelist had gestuurd. De brief bevatte opmerkingen over de houding die men in de pinksterwereld aanneemt ten opzichte van de roomse kerk, over het gebonden kunnen zijn van christenen, over het tegen de aarde geworpen worden in bepaalde diensten, enzovoort. De volgende zinnen troffen ons:

  • Een evangelist was van mening, dat het zijn opdracht was om bruggen te bouwen en niet om ravijnen te verdiepen, zonder echter een duimbreed van de waarheid af te wijken. Dat deed Jezus ook niet.’

Het klinkt zo vriendelijk: wij zijn bruggenbouwers, maar waar staat dit in de Bijbel? Waar leerde Jezus ons deze techniek? Zei Hij niet:

  • ‘Denken jullie dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen? Nee, zeg Ik u, veel eerder verdeeldheid’.

Tegenwoordig bouwt men korte en zeer lange bruggen, zelfs zover dat men de oosterse godsdiensten ermee bereikt en de grootste ideologie op aarde verdedigt. Maar de ‘boodschap’ van het Koninkrijk der hemelen brengt scheiding, want Jezus is tot een oordeel in deze wereld – ook bij de kerkmens. Men kan nu eenmaal geen gemeenschap onderhouden met mensen bij wie de visie op goed en kwaad, op waarheid en leugen, totaal anders ligt. Waarom wordt in de massadiensten wel de doop in de Geest centraal gesteld en niet de doop IN water? Waarom predikt men daar niet meer in de richting van een Bijbelse gemeente? Wij zagen zelf hoe het naar buiten toe brengen van deze fundamentele waarheden grote ergernis veroorzaakte en ons apart stelde.

Een andere beschouwing luidde:

  • ‘Enkelen die zich leerlingen van het koninkrijk der hemelen noemen, moeten zich wel realiseren dat zij geen zondaars meer zijn zoals andere gelovigen dit wel zijn. Zij moeten trots het Koninkrijk van God binnen wandelen als een koninklijk priestergeslacht, op gelijke voet met God zelf. In het kort: Zij claimen een speciale kennis en een short-cut (een kortere weg) in het Koninkrijk, waarop zij aan de weg van het kruis voorbijgaan. Zij willen het gemakkelijk en vlug hebben – en zoals zovelen voor hen gedaan hebben – gebruiken zij uitgezochte teksten om hun afwijkende theorieën te ondersteunen. Zichzelf ‘rechtvaardigen noemen’ toont een grote arrogantie’.

Paulus mag schrijven dat wij door het geloof gerechtvaardigd zijn en dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren (verleden tijd) en Petrus mag getuigen dat wij een uitverkoren volk zijn, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, maar deze heerlijkheid zouden wij ons niet mogen toe-eigenen? Wij zouden echter moeten belijden dat wij zondaars blijven tot de dood? Wij belijden dat het kruis de basis is voor ons geloof, want door het bloed van Christus zijn wij ook gereinigd. Daarom mogen wij:

  • ‘Naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, we van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen’ (Hebr.10:22).

Opnieuw geboren en Geestvervulde volgelingen van Jezus Christus die alleen de strijd in de hemelse gewesten kennen en niet tegen vlees en bloed, kunnen aan hun ‘eigen kruis dragen’ niet voorbijgaan, want wanneer zij hun roeping trouw blijven en het eeuwig evangelie verkondigen, zal de tegenstand zowel uit de onzienlijke als uit de zienlijke wereld steeds feller worden.

Door middel van de prediking van het koninkrijk der hemelen – wat ons op betrouwbare wijze is overgeleverd door Jezus en zijn apostelen – proberen wij de ogen van kerkmensen te openen voor de geestelijke wereld. Velen van hen bidden om een opwekking, maar de tragedie is, dat men de tijd van zijn bezoeking niet herkent. Jezus heeft beloofd dat het evangelie van het Koninkrijk, ‘de goede boodschap’, over de hele wereld gepredikt zal worden en dat dan geopenbaard wordt, welke vrucht het voortbrengt. Dit gaat gebeuren en de Heer zal de mogelijkheden ervoor scheppen.

Het kwaad wordt volwassen

Het is voor ons geen vraag of de ‘boodschap’ Bijbels is en waar, maar in hoeverre zij in ons leven realiteit wordt. In onze tijd zien wij hoe kerken bezwijken voor de verleiding van dwaalgeesten of onreine geesten. Wanneer dezen niets in ons vinden, proberen satans demonen nog door middel van onophoudelijke geestelijke druk de opnieuw geboren volgelingen van Jezus Christus murw te maken. In dit opzicht merken wij ook dat de negatieve krachten van de hemel in deze tijd in beweging zijn gekomen. Het kwaad wordt steeds sneller volwassen in de aards georiënteerde mens. Goed en kwaad wil men bewust(!) niet meer onderscheiden. Maar met onze broers en zusters die de boodschap in eigen leven willen waarmaken, richten we de ogen op naar de hemel vanwaar we de verlossing verwachten en bidden met de leerlingen:

  • En nu, Heer, let op hun dreigingen en geef uw dienaars met alle vrijmoedigheid uw Woord te spreken (Handelingen 4:29).