Vragen over ‘het Bijbels Fundament’

Een lezer stelt de volgende twee vragen:

‘Mijn schoonzoon attendeerde mij op de artikelen over ‘Het fundament’. Nu had ik de volgende vragen:

1:  U schrijft: ‘En het is satan gelukt de eeuwen door…’ Heb ik ten onrechte een aversie tegen deze uitdrukking? Wat kan satan laten gelukken? Ik dacht dat er moest staan: ‘God heeft toegelaten dat…’ Wanneer namelijk de satan zijn gang kon gaan, vernielde hij immers alles en iedereen. Er is dus een grens aan zijn macht, maar waar ligt deze? Hem kan immers niets gelukken zonder Gods toelating.’

Antwoord:

De bedoelde zin is: ‘Op deze fundering moet verder gebouwd worden. Helaas is het de satan de eeuwen door gelukt, om het Bijbelse fundament te ondermijnen, te beschadigen en te vernielen’. Het is de bedoeling van de boze geesten om het werk van God en in het bijzonder zijn werk ten opzichte van de mens, tegen te staan, te verleugenen en te vernietigen. Wanneer geschreven wordt: ‘Het is de satan gelukt’ houdt dit in dat de duivel zijn activiteiten inzette en nog inzet om zijn doel te bereiken. Hij ondervindt daarbij echter tegenstand. Het overgankelijke werkwoord ‘gelukken’ betekent ‘op een voorspoedige wijze tot stand komen, met de gedachte aan te overwinnen moeilijkheden’ (Van Dale). Ondanks de strijd van de ware christenen tegen satan en zijn demonen is er een achteruitgang te bespeuren vanwege de verleiding en verleugening van de satan, die het bouwwerk van God in de kerkgeschiedenis in zijn fundament heeft aangetast. Deze uitdrukking werd in dezelfde betekenis gebruikt als in Daniël 5:12, waar staat: ‘De (antichrist) wierp de waarheid ter aarde en wat hij ook deed, lukte hem’.

Verder kan gezegd worden dat de weerstand die een christen biedt aan de verleiding en de leugen, ontleend is aan de kracht en de wijsheid van God. De werking van deze weerstand wordt beproefd tijdens de verzoekingen. God laat deze toe zoals Hij dit ook deed bij Jezus in de woestijn. Het lukte daar echter de satan niet, ondanks zijn inspanning, de Heer te laten struikelen of vallen. Wanneer een christen wel valt, blijkt hieruit dat hij God niet volkomen heeft vertrouwd en diens woorden niet heeft vastgehouden. Op de weg van beproevingen komt tenslotte de grote scheiding of het oordeel tot stand tussen hen die Gods woord bewaren of die het loslaten. Ook in de natuurlijke wereld biedt de mens vaak tegenstand, zodat niet iedereen zich laat verleiden en verleugenen op alle mogelijke manieren. De geest van de mens, zelfs de sterkste is echter niet in staat om alléén de duivel op alle fronten te weerstaan. Daarom hebben wij allen Gods Heilige Geest nodig om de bezettende macht te verdrijven en buiten ons te houden.

2:   Dit betreft het gedeelte waar staat dat de gelovigen zieken de handen zouden opleggen tot genezing, dat zij demonen zouden uitwerpen en dat zij in talen Hem zouden verheerlijken (Marc.16:17,18). Er staat dat deze tekens de gelovigen zullen ‘volgen’, namelijk de pas tot geloof gekomenen. Dit als gevolg van het werk van de apostelen. Ik dacht dus dat ook met ‘zij’ de apostelen moesten worden verstaan. De pas tot geloof gekomenen zijn geestelijke baby’ s in de melkperiode en nog geen ‘oudsten’, beproefd in het werk. Als iedere jong bekeerde op deze wijze aan de slag zou gaan, moeten er mijns inziens wel brokken komen en wie heeft daarvan geen kennis? Maar ik wil graag wat leren, misschien kunt u er iets naders van zeggen?’

Antwoord:

Wanneer gesproken wordt dat deze tekens de gelovigen zullen volgen, worden daar zeker hen niet mee bedoeld, die pas tot het geloof zijn gekomen. Aan zijn geestelijke ‘kinderen’ schrijft Johannes: ‘Uw zonden zijn u vergeven’. Deze baby’s hebben de eerste stappen gezet op de geloofsweg. Wanneer zij meer van de waarheid vastgrijpen, zullen zij opgroeien tot jonge mannen, van wie Johannes zegt: ‘U bent sterk en het woord van God blijft in u en u hebt de boze overwonnen’ (Joh.2:12,13). Zij zijn het dus die bezig zijn het kwaad in de wortel aan te tasten. Dit houdt in dat zij demonen uitdrijven of weerstaan en dus herstel bewerken. Het is daarom absoluut niet aan te bevelen dat jong bekeerden zich bezighouden bij andere personen boze geesten uit te drijven, maar wel zullen zij moeten beginnen om eigen leven van de invloeden van de satan te zuiveren. Dan zullen in zulke levens ook al de eerste tekens aanwijsbaar zijn, die hen als gelovigen karakteriseren.