Opstanding van de doden

Ik ben de Opstanding en het Leven, wie in Mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven (Johannes 11:25)

De leer van de opstanding van de doden is wel de belangrijkste pijler waarop het fundamentele christendom rust (1 Corinthe 15:13,14). Deze opstanding betreft zowel de inwendige als de uitwendige mens, dus de herleving van ziel, geest en lichaam. Zij is een vernieuwingsproces dat bij bekering en opnieuw geboren worden begint en, voor degene die in Christus is, zal eindigen met een lichamelijke herleving bij de terugkomst van de Heer. Wij spreken over hen die nu al deel hebben aan de eerste opstanding (zie ook Openbaring 20:4-6). Deze opstanding begint met het leggen van het fundament van God in een menselijk leven en wordt bij de lichamelijke opstanding voltooid, wat zal uitmonden in een verheerlijkt lichaam (de tweede opstanding).

‘Waarom zoekt u de levende bij de doden?’ (Lucas 24:5)

Het opstandingproces in de nieuwe mens wordt door de apostel Paulus in het gedeelte van 1 Corinthiërs 15:35-49 vergeleken met de ontwikkeling van een plant uit een zaadkorrel. Een zaad is een wonderlijke schepping van God, dat uit de materie van de aarde is opgebouwd, maar dat ook tegelijkertijd levensdrager is. Onder bepaalde omstandigheden begint dit leven zich te ontwikkelen en het maakt daarbij gebruik van de stof die in de korrel is. Het gevolg hiervan is dat het zaad gaat sterven, terwijl zijn inhoud door het leven wordt omgezet in het begin van een nieuwe plant. De korrel wordt loos en de nieuwe plant, het nieuwe lichaam, verrijst.

Het zaad vormt ook wortels om uit de aarde voedsel op te nemen en naar boven ontwikkelt zich een stengel, bladeren, een aar of een tros bloemen en tenslotte vruchten. Het merkwaardige is dat de nieuwe plant dezelfde naam draagt als het onaanzienlijke zaadje dat in de grond gelegd werd. Uiterlijke overeenkomst tussen het zaadje en de plant is niet te zien. Het is als het ware zó dat het zaadje opgegaan is in de nieuwe plant: ‘De dood is verzwolgen in de overwinning’. Er heeft een nieuwe geboorte plaats gehad: het zaad is gestorven en de groene plant is verrezen of opgestaan. Alles wat waardevol was voor het leven, werd uit de korrel weggenomen en daaruit ontstond het begin van de nieuwe plant. Wat overblijft in de aarde is verder nutteloos en onbruikbaar en keert terug tot de aarde.

Artikelen: