Pelgrimstekens

Heiligen uit de modder

In zijn boek ‘Heiligen uit de modder’ beschrijft de Zeeuwse archeoloog R. van Heeringen de aanwezigheid van pelgrimstekens in het Verdronken land van Zuid-Beveland, dat in de jaren 1530 en 1532 totaal door het water werd overspoeld. In het bijzonder vond men in het vroegere dorpje Nieuwlande 600 van zulke tekens. Het zijn kleine plaatjes, gegoten van tin- en loodlegering, die door de gunstige bodemgesteldheid niet waren vergaan. Omdat het gebied tweemaal per etmaal droogvalt, is het toegankelijk voor bodemonderzoek. Op zo’n plaatje staat doorgaans de heilige van het bedevaartoord afgebeeld.

Te Geraardsbergen in Oost-Vlaanderen werd bijvoorbeeld de heilige Adrianus vereerd. Hij was een Romeins legeraanvoerder, die vanwege zijn christelijk geloof werd gemarteld. Uit de Schotse bedevaartplaats St. Andrews is een plaatje afkomstig met de heilige Andreas. Deze apostel stierf volgens Eusebius in het jaar 60 de marteldood aan een kruis in de vorm van een X(Andries-kruis). Hij werd beschermheilige van Schotland. In het wapen van Amsterdam bevinden zich drie zilveren Andrieskruisen.

De in Zeeland gevonden pelgrimstekens blijken afkomstig te zijn uit 44 landen. Ze zijn een belangrijke bron van informatie voor de alledaagse praktijk van de pelgrimstochten in de middeleeuwen. Aan het in groepen en processies optrekken naar heilige plaatsen ligt de gedachte ten grondslag, dat God aan bepaalde oorden bijzondere zegeningen heeft verbonden. Meestal gaat men erheen om vervulling van zijn wensen te krijgen, dikwijls in verband met zijn genezing. In alle wereldgodsdiensten heeft men bedevaartplaatsen: mekka voor de islam en Benares voor het hindoeïsme. In de psalmen staan bedevaartliedjes die gezongen werden, wanneer de stammen massaal optrokken om in Jeruzalem de grote feesten te vieren.

Jezus nam duidelijk stelling tegen de bedevaartpraktijken. Hij sprak tot de Samaritaanse vrouw:

  • ‘Er komt een tijd dat jullie noch op deze berg (Gerizim), noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid’ (Joh.4:21-23).

De ware christen heeft het leven in zichzelf en hoeft niet van hot naar haar te zwerven om geestelijk opgebouwd te worden.

Davidster

In een advertentie lazen we dat duizenden ‘christenen’ te Jeruzalem worden verwacht om daar het Loofhuttenfeest te vieren:

  • ‘Het is een feest van lofprijzing, vreugde en vrijgevigheid’. De begeleidende tekst was: ‘Want het Koninkrijk van God bestaat in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest’ (Rom.14:17).

Men denkt er waarschijnlijk niet aan, dat juist dit Koninkrijk van God van Jeruzalem werd weggenomen en aan een volk gegeven, dat de vrucht ervan oplevert (Matth.21:43). De historische kruisvaders hadden als pelgrimsteken een rood kruis, dat op de rechtermouw was aangebracht. De nieuwe Jeruzalemvaarders bezitten meestal een Davidschild (Davidster) dat vaak met een kettinkje om de hals hangt. Men drukt met dit teken niet zijn verbondenheid uit met Jezus, maar met aards Israël. Over deze Davidster staat in de encyclopedie:

  • ‘Noch bijbel noch Talmoed vermeldt het Davidschild en het algemeen gebruik dateert pas uit de 16e eeuw, onder invloed van kabbalist Isaak Lurja. Volgens de kabbala symboliseert het hexagram (zespuntige ster) de innige verbinding van de zichtbare met de onzichtbare wereld en het ontstaan van de micro- uit de macrokosmos. Het Davidschild werd het symbool van de zionistische beweging en een onderdeel van de vlag van de staat Israël’.

Waarheen pelgrims?

Het woord pelgrim is afgeleid van peligrinus, dat ‘vreemde’ betekent. In het beroemde boek van Bunyan, ‘De pelgrimsreis naar de eeuwigheid’ belijden Christen en Getrouw op de ijdelheidskermis, ‘dat zij pelgrims en vreemdelingen in de wereld waren, dat zij naar hun eigen vaderland gingen, het hemelse Jeruzalem’. Deze pelgrimage was bij de ware christen geliefd. Hun pelgrimsteken was de besnijdenis van het hart, kenmerk van het Israël van God. Als pelgrims kunnen ook wij, Gods kinderen, getuigen:

  • De kabbala houdt zich bezig met de verborgen betekenis van letters, schrifttekens en woorden van het Hebreeuwse Oude Testament. ‘De praktische kabbala maakt gebruik van amuletten, bezweringen en getallenleer’ (Winkler Prins). In de Davidster domineert het getal 6, ‘een getal van een mens’ (Op.13:18). De zevenarmige kandelaar lijkt mij als pelgrimsteken onschuldiger. Als embleem is hij in Israël geliefd. Hij wijst op het heilige getal zeven en is tevens symbool van de gemeente van God (Op.1:20).

‘Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen. We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar’ (2 Cor.5:6,7).