- ‘Ja, tot op vandaag ligt er – wanneer Mozes voorgelezen wordt – een bedekking op hun hart. Maar wanneer het zich tot de Heer bekeert, wordt de bedekking weggenomen: ‘De Heer nu is de Geest; en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer als in een spiegel zien, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heer bewerkt wordt’ (2 Cor.3:15-18).
Het is allemaal zo duidelijk als er geen oudtestamentische bedekking meer op het gezicht ligt. Door de fundamentalistische tijdschriften, kranten en internet wordt het er echter ingehamerd: wij, christenen, vormen niet het Israël van God, maar Gods beloften zijn voor het natuurlijke Joodse volk! Met enthousiasme spreekt men nog steeds over ‘de god van Israël’. Deze god heeft het natuurlijke Israël echter niet verbonden met Jezus Christus. Men negeert dat er staat:
- ‘Wie de Zoon niet heeft, heeft ook de Vader niet’ en ‘God was in Christus’.
De Israëldwaling kent daarom twee goden: een god voor de christenen die zich alleen in Christus openbaart en een god voor de Joden, die buiten Christus om een volk beschermt, bewaart en leidt. Een bekende evangelist schreef ooit:
- “Ruth verbond zich met Israël, doordat zij tot Naomi zei: ‘Uw volk is mijn volk’. Zeker weten dat de Moabieten van Ruths dagen als commentaar hierop hebben gegeven: ‘Ruth heeft een Israël-tic…”
Alsof we nog steeds in het oude verbond leven, alsof Jezus nooit het evangelie had gebracht en nooit door de Joden verworpen was, raadt hij dan de christenen aan:
- “Wij moeten Ruths belijdenis tot de onze maken en daarnaar ook handelen: ‘Waar u zult heengaan zal ik ook heengaan en waar u zult overnachten zal ik overnachten; uw volk is mijn volk en uw God mijn God’, want het hedendaagse solidair met Israël zijn – en dat door woord en daad – brengt ons dichter bij de Bruidegom…”
De schrijver raadt dus christenen aan zich te voegen bij een volk dat buiten Christus leeft en buiten Christus om geleid wordt! In dit goddeloze advies wordt ons voorgesteld om de weg van Israël te kiezen.
De toorn is over hen gekomen tot het einde
- ‘Want u, broers, bent navolgers geworden van de gemeenten van God in Christus Jezus, die in Judea zijn, omdat ook u hetzelfde te verduren hebt gehad van uw eigen volksgenoten als zij van de Joden, die zelfs de Heer Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd hebben, die God niet behagen en tegen alle mensen ingaan, omdat zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud, waardoor zij altijd de maat van hun zonden vol maken. De toorn is over hen gekomen tot het einde’ (1 Thess.2:14-16).
In 1 Thess.2:16 merkt Paulus echter op dat: ‘Dit volk ‘altijd de maat van hun zonden volmaken. De toorn is over hen gekomen tot het einde’. Paulus, die heus geen antisemiet was, beleed: ‘Ik heb veel verdriet en een voortdurend hartzeer: ‘Want zelf zou ik wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broers, mijn verwanten naar het vlees’ (Rom.9:2,3). Ondanks dat Jezus sprak over het Koninkrijk van de hemelen, zouden wij vandaag eigenlijk de god van het aardse Israël moeten vereren. Wij zouden dan een god moeten volgen die Jezus negeert, hoewel alles Hem van de Vader is overgeven en van wie de Vader getuigde: ‘Deze is mijn geliefde Zoon, luister naar Hém!’ Door dit geraffineerd leugenspel zijn de kerken in een gigantische dwaling terecht gekomen.
Gelooft men nu werkelijk dat ‘solidair zijn met Israël’, dat in zijn religie geen enkele plaats toekent aan Jezus Christus, ons dichter brengt bij de hemelse ‘Bruidegom’? Dit laatste woord is een uitdrukking die veel maranatha mensen gebruiken voor Jezus Christus en zelfs door evangelische christenen is overgenomen. Voor met Gods Geestvervulde christenen is Jezus echter geen ‘bruidegom’, maar ‘man’, want Hij heeft woning in ons gemaakt en wij zijn één geest met Hem. In 1 Corinthiërs 1:9 staat toch duidelijk dat wij geroepen zijn tot gemeenschap met Jezus Christus.
Een christen die buiten het christendom staat?
De huidige Israëldwaling verleidt zelfs uitverkorenen. Jezus zei over de god van Israël door wie de Joden geïnspireerd waren: ‘U hebt de duivel tot vader’ (Joh.8:44). Israël kon niet tot het ware geloof komen, omdat het juist aan de satan vasthield en Jezus verwierp. In het blad ‘Opwekking’ lezen wij dat een andere evangelist tegen een Joodse buschauffeur zegt:
- “Blijf Joods. Geloof in een Joodse Messias, het volmaakte Lam.’ Hij voegt er aan toe: ‘Velen proberen de gidsen te bekeren tot het christendom. Maar God wil hen niet lossnijden van hun eeuwenoude wortel. Een Jood die in Jezus als Messias gelooft, is meer Jood dan ooit tevoren. Hij is nu een vervolmaakte Jood. Een Jood die in zich het Oude en het Nieuwe Testament verenigt…”
O? Men mag een Jood niet tot het christendom bekeren, maar hij moet wel geloven in Jezus als de Messias? Dan is de bekeerde Jood dus een christen die buiten het christendom staat? Wat een contradictie in terminus, een innerlijke tegenstrijdigheid. Hij is zo een Jood die met het ene been in het oude en met het andere in het nieuwe verbond staat. Maar Paulus schrijft aan de Hebreeën of Joden, dat dit niet kan, want:
- ‘Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning’ (Hebr.8:13).
Aan alle geliefden van God, geroepen heiligen die te Rome in één gemeente waren, schreef deze apostel in verband met de voorwerpen van ontferming die God tot heerlijkheid had voorbereid: ‘En dat zijn wij die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen’ (Rom.9:24). Bij hem was geen verschil tussen Jood en Griek. De apostel Johannes probeerde nooit een ‘vervolmaakte Jood’ te zijn, want hij distantieerde zich maar al te vaak van zijn volk, wanneer hij herhaaldelijk de uitdrukking gebruikt: ‘De Joden dan..’ en ‘het Pascha van de Joden’ of ‘de dienaars van de Joden’. Hij weigerde zich te identificeren met een natie die zijn Meester verwierp.
Volgens het blad ‘De Oogst’ schreef een aantal christelijke organisaties – naar aanleiding van de antizionistische resolutie in de Assemblee van de Verenigde Naties – aan de ambassadeur van Israël in Nederland:
- “Vanuit ons geloof in de god van Abraham, Izak en Jakob en de komende(?) Messias, weten we ons verbonden met uw volk…”
Abraham had zich echter verheugd op de dag van Christus en had deze in het geloof gezien (Joh.8:56), maar zijn natuurlijke nakomelingen namen bij deze uitspraak van Jezus stenen op om Hem te doden. Het heil van ‘de komende Messias’ of van de komende Christus is alleen voor hen, die de verschijning van de gekomen(!) Christus hebben liefgehad. Alleen met deze laatsten zijn wij in de geest verbonden.
God strijdt voor het aardse Israël ???
Wat moeten we denken van de opmerking die wij in ‘Vuur’ lazen:
- “Israël is het veiligste land van de wereld, want de Heer God strijdt voor Israël. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, weet ik dat niet zo zeker…”
Wat een misleiding! Wie is de god die de tanks en de vliegtuigen, waarmee Israël strijdt, zegent? Is dit de Vader van onze Heer Jezus Christus, die zei: ‘Niet door geweld, maar door mijn Geest zal het gebeuren’? Zei Jezus niet: ‘Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, die U gezonden hebt’ (Joh.17:3)? Israël kent die enige waarachtige God niet, noch diens gedachten en plannen, omdat zij Jezus niet kent, daarom is de god van het hedendaagse Israël niet de ‘Heer God’ die wij vereren. Paulus schreef:
- ‘Want al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde – en werkelijk zijn er goden in menigte en heren in menigte – voor ons echter is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn en één Heer, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn en wij door Hem’ (1 Cor.8:5,6).
Hoe zou bovendien God ook voor hen strijden? Zijn engelen worden slechts uitgezonden ten dienste van hen die de verlossing en redding erven en zijn Geest, wiens kracht dit volk zou kunnen ondersteunen en leiden, wordt gemist:
- ‘Domme Galaten, wie heeft u betoverd? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk voorgetekend als gekruisigd? Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt u de Geest ontvangen door de wet te onderhouden of door gelovig te luisteren? Hoe kunt u zo dom zijn! U bent begonnen in de Geest, wilt u nu eindigen met het vlees? Hebt u zo veel meegemaakt voor niets? Inderdaad, het zou voor niets zijn. Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u machtige daden gedaan, doet Hij dat omdat u de wet onderhoudt of omdat u gelovig luistert?’ (Gal.3:1-4).
Contact met God
In hetzelfde nummer van ‘Vuur’ lazen wij ook nog hoe een dominee het ‘uw volk is mijn volk en uw God is mijn God’ en ‘waar u zult heengaan, zal ik ook heengaan’ probeerde te realiseren. Hij ging daar heen, waar ook de Jood heen gaat om zijn religieuze en nationale gevoelens te uiten. Hij schreef:
- “We hadden ook een echte Joodse dag. Die heeft op velen de diepste indruk gemaakt. Eerst via wat opgravingen rond het oude Jeruzalem naar de Klaagmuur. Ik had er jaren naar uitgezien. Daar wilde ik zijn, naar ik hoopte ongestoord door anderen. Als een vreemdeling, maar helemaal één met Israël, gericht op de muur, bidden met de Joden, aarzelend de Joodse gebedsbewegingen maken, een paar Hebreeuwse woorden ook, aanrakend deze muur, verre herinnering aan de heerlijkheid van God, wonend bij Israël in zijn heilige tempel, een plaats van gebed, van treden voor Gods aangezicht. Dat is een gebeuren, een diep bewogen en verbonden zijn met Israël, staan in hun verlangen der eeuwen…”
Johannes schreef echter: ‘Bedenk dan van welke hoogte u gevallen bent’, namelijk uit de hemel op de aarde en hij vervolgde: ‘En bekeer u’. Jezus zei tot de Samaritaanse vrouw: ’Noch op deze berg, noch te Jeruzalem zult u de Vader aanbidden’.
Contact met God gebeurt alleen in de geestelijke wereld en in waarheid, dat is naar het plan van God in Christus. De ‘aarzelende Joodse gebedsbewegingen’, het heen en weer, vooruit en achteruit deinen, is typisch occult. Ook Jezus was eenmaal ‘diep bewogen’, toen Hij de muur van de stad naderde. ‘Hij huilde om haar en zei: ‘Och, of u ook op deze dag verstond wat tot uw vrede dient; maar nu is het verborgen voor uw ogen’. Hij profeteerde over haar rampzalige ondergang als stad van God, ‘omdat u de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag’ (Lucas 19:41-44). De Heer voelde Zich niet ‘helemaal één met Israël’, maar het deed Hem pijn dat deze stad Hem verwierp.
- ‘Maar destijds, toen u God niet kende, diende u hen die van nature geen goden zijn; en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent, hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen, die u weer van voren af aan wilt dienen? U houdt zich aan dagen, maanden, tijden en jaren. Ik vrees voor u dat ik mij misschien tevergeefs voor u heb ingespannen’ (Gal.4:8-11).
De Israëlcultus voert tot afgoderij
- ‘Zeg mij, u die onder de wet wilt zijn, luistert u niet naar de wet? Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije. Maar hij die van de slavin was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was, door de belofte. Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar. Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is. Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, barst los in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft. Wij nu, broers, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak. Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu. Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. Daarom, broers, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije’ (Gal.4:21-31).
De Israëlcultus voert tot afgoderij. Waarom? Niet omdat men het volk Israël liefheeft, maar omdat men zich verbindt met zijn godsdienst, waarin Jezus geloochend wordt. Het is een natie zonder Christus en er zijn honderdduizenden zogenaamde ‘zich christelijk noemenden’, die er religieus mee verbonden willen zijn! Paulus zei al: ‘Maar eerst moet de afval komen.’ Men ziet deze ruimschoots in onze tijd, in allerlei kerken en groeperingen. Wij willen echter doorgaan de aandacht te richten op het Jeruzalem dat boven is, waar Christus is en waar voor iedere heiden én Jood die zijn offer aanneemt, een plaats is bereid. Laat wie oren heeft goed luisteren!

