Israël-tours naar ‘heilige plaatsen’

 

Het is bekend dat veel mensen gek zijn op allerlei voorwerpen die een halve eeuw of langer geleden door onze ouders en grootouders werden gebruikt. Men koopt ze graag voor veel geld. Men woont graag in een oud, opgeknapt boerderijtje, rijdt in een oldtimer en draagt kleding die herinnert aan grootmoeders tijd. De prenten uit de oude schoolboekjes komen vergroot als posters en verkleind op allerlei gebruiksvoorwerpen in de handel. Waarom kijkt men toch zo graag achterom en waarom probeert men het verleden te laten herleven? Is het misschien heimwee of zoals men tegenwoordig spreekt nostalgie naar de levenssfeer van een voorbijgegane periode? Waarom zou men anders de kaars en de olielamp prefereren boven het elektrische licht, dat zoveel efficiënter en gerieflijker is?

Onze tijd van welvaart, waarin het natuurlijke leven verzadigd, zo niet oververzadigd is, geeft aan de menselijke geest geen bevrediging en brengt de ziel geen geluk. De consumptiemaatschappij blijkt maar al te zeer een levensvernieler in plaats van een levensvervuller te zijn. Het is daarom te begrijpen dat vooral onder de jongeren de nostalgische stemming geliefd is. Zij vergeten echter dat men met de gebruiksvoorwerpen en de kleding van vroeger, nog niet de evenwichtige geestelijke gesteldheid en de rustige, berustende mentaliteit terug krijgt van de vorige generaties. Toen beheerste de struggle for life nog een groot gedeelte van het leven en werd er meer Godsvertrouwen geëist voor het bestaan van de wieg tot het graf. De jonge mensen kunnen dan wel oude voorwerpen en gebruiken koesteren, ze mogen zich dan veilig wanen in hun eigen gecreëerde Utopia, toch worden ze vooral lui en dom door dit nostalgisch denken. Zij worden daarom als eerste het slachtoffer van hun eigen zelfgenoegzaamheid.

Occultisme

Jammer is het dat bij veel kerkmensen in hun geloof ook nostalgische symptomen worden gevonden. Bij velen is immers het geestelijke leven zo verdord en verschraald, dat zij uitzien naar nieuwe impulsen. Daarom gaan zij terugverlangen naar de dagen van vroeger, toen de Heer tot zijn verbondsvolk sprak en Hij in het beloofde land leefde. Zij koesteren de hoop dat dit volk en zijn levenssfeer hersteld zullen worden. Het nieuwe verbond heeft immers voor hen geen leven en levensvulling gebracht, ook geen speciale visie of eigen toekomstverwachting. Daarom verbinden zij zich met een weemoedig verlangen aan de Joodse natie die het leven op aarde zou moeten brengen, wat men in eigen kring en in eigen geloofsbeleving mist. Daarom worden vanuit allerlei zogenaamde christelijke groeperingen en reisbureaus Israëltours naar ‘heilige’ plaatsen georganiseerd. Zij brengen de oudtestamentische sfeer in hun huizen door middel van zevenarmige kandelaars en Davidsterren. Zij hebben abonnementen op allerlei Joods-christelijke internetsites die het Hebreeuwse volk centraal stellen.

De nostalgie in de godsdienstige wereld maakt, net als die in de natuurlijke, een grote opmars. Zij zal echter een droombeeld blijken waarvan men in de demonische toekomende tijden ontnuchterd zal constateren, dat de valse romantiek met het land Israël geen enkele waarde heeft. Wanneer men de Woorden van God leest, ziet men dat het oude verbond hen tot onderwijzing werd gegeven, ‘zodat zij in de weg van volharding en van de vertroosting van de Schrift de hoop zouden vasthouden’ (Rom.15:4). Deze verwachting in het nieuwe verbond richt zich op de gemeente van Jezus Christus, die gevormd zal worden door mensen die volkomen zijn en tot alle goede werken volmaakt zijn toegerust en niet op een Christusvijandig volk (2 Tim.3:17)!