Hemels of aards Loofhuttenfeest en in welk Jeruzalem?

Soekot of Loofhuttenfeest

Binnenkort begint Soekot weer, het Joodse Loofhuttenfeest. Na de massale verootmoediging naar Israël toe, komen er nu bij veel zogenaamde christenen emotionele en ontroerende symptomen naar boven, die hen dit keer aansporen tot grote activiteit en inspanning, zowel binnen als buitenshuis. Het zijn de krachtige, voor iedereen zichtbare werken en religieuze oefeningen, die als zeer prettig worden ervaren, gezien de grote belangstelling voor deze happenings van heinde en ver. En niet alleen in Israël, het gebeurt wereldwijd. Hoe kan het ook anders, er is geen plek op aarde waar zoveel Israëlaanbidding bestaat als in dit land.

Wij kwamen ooit in aanraking met de zienswijze van ‘de vergadering van gelovigen’. In hun kringen was de zogenaamde Israëlleer uit Amerika, ook in Nederland ontstaan. Na de 2e wereldoorlog werden hun inzichten steeds meer verbreid, mede door het gruwelijke lijden dat de Joden hadden ondergaan en de stichting van de staat Israël. De aandacht voor het hemelse Jeruzalem werd ingewisseld voor de gelijknamige stad in het Midden-Oosten. Deze kwam ook in het centrum van het denken van de kerkmens te staan. Een leer die volkomen vreemd is aan een gezond geestelijk inzicht en in strijd met het abc van het christendom, drong met geweld door op het kerkelijk erf, hoewel haar aanhangers door de (vaak afgewezen) doop in Heilige Geest op een geestelijke weg hadden moeten komen. Op een van de vele Israël-aanbiddende sites lazen we in een artikel onder meer:

  • ‘Het is diep bedroevend dat zovelen tegenwoordig denken, dat God met het natuurlijke Israël heeft afgedaan. De geestelijke Israël-visie is in vele groepen en kerken doorgedrongen. Geen wonder, dat deze mensen niet waakzaam zijn. Want als je niet op de vijgenboom let (als symbool van Israël), kun je onmogelijk bepalen hoe ver we zijn in de wereldgeschiedenis. Open vensters aan de kant van Jeruzalem geven ons een geloofsblik in de toekomst. Want wat de Heer God heeft beloofd, maakt Hij ook waar. Hij heeft Zijn volk niet verstoten. Israël is de spil van het hedendaagse wereldgebeuren’.

Als een stem van een roepende op het protestante erf wil ik opnieuw erop wijzen, dat men met de ongeestelijke Israëlleer op een verkeerd spoor zit. Hoe durft men als christen te schrijven, dat men zijn vensters moet openen naar de kant van het aardse Jeruzalem, om dan verder nog te spreken over een gelóófsblik! Jezus zou hierop reageren met de afwijzende woorden: ‘U bent van beneden, Ik ben van boven’ (Johannes 8:23). Het wenden van het geloofsoog naar het aardse Jeruzalem, zoals islamieten kruipen naar mekka, staat in schrijnende tegenstelling tot de geloofsblik van Abraham, de vader van de gelovigen. Die was gericht ‘op de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is’ (Hebreeën 11:10). Hoe kan men ooit spreken van een uitverkoren volk, als de apostel schrijft:

  • ‘Als iemand de Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt’, dus is prijsgegeven aan de demonen (1 Corinthe 16:22)?

Geloofsoog op Jeruzalem met moskee?

Waarom zou de christen zijn oog moeten richten op het aardse Jeruzalem? Ontmoet hij daar zijn Heer? Komt door de aandacht op deze stad te vestigen één zondaar tot bekering? Wordt er één zieke door genezen of één gebondene door bevrijd? Wij schrijven hier voor christenen die nog in een herstel geloven. Paulus schreef: ‘Het tegenwoordige Jeruzalem is met zijn kinderen in slavernij. Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder’ (Galaten 4:25,26). In het nieuwe Jeruzalem resideert onze Koning en daar voelen wij ons veilig.

In Mattheüs 24:32,33 wordt de eindgeschiedenis van de gemeente op aarde met de volgende vergelijking getekend:

  • ‘Leer van het beeld van de vijgenboom: Als zijn twijgen zacht worden en zijn bladeren zich ontvouwen, dan weten jullie dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat  allemaal ziet, dat het dan vlak voor de deur staat.’

Na de barre, dorre wintertijd van een eeuwenlange kerkhistorie, waarin geestelijk leven ternauwernood merkbaar was (Op.6:5,6), begint zich nieuw leven te openbaren. Zoals de levensgeest in de vijgenboom de stimulans geeft tot het ontwikkelen van nieuwe sappen, zo gaat de Heilige Geest, ‘de levensgeest’ van het lichaam van Christus, zijn gemeente, haar leden tot nieuw leven brengen. Om een ander Bijbels beeld te gebruiken: wanneer de late regen gevallen is, wordt het koren rijp. Dit is het teken van het naderende einde. Daarom is de Israëlvisie in strijd met de grondbeginselen van de Bijbel, die ons op betrouwbare wijze is overgeleverd door Jezus en zijn apostelen. Het getuigt van een ontstellend gebrek aan geestelijk inzicht, dat men als christen het nationale ontwaken van het natuurlijk Israël in verband durft te brengen met de uitspraak van Jezus over het herlevingproces van de vijgenboom. Tekens van leven zijn in de Bijbel: gehoorzaamheid aan de wetten van God naar geest, ziel en lichaam en gemeenschap met Christus door Gods Heilige Geest. Het gaat in het nieuwe en eeuwige verbond enkel om de ontwikkeling van de gemeente onder haar hoofd Jezus Christus. In haar alléén is het léven te vinden en wat daarbuiten verkeert, heeft contact met de dood, is dus vervloekt. Van de vijgenboom die het aardse Jodendom voorstelt, zei Jezus:

  • ‘Laat niemand meer vrucht van u eten in eeuwigheid!’ (Marcus 11:14).

Daarom tast een visie waarin het natuurlijk Israël het middelpunt is, het wezen aan van het nieuwe verbond, dat gebaseerd is op het bloed van Jezus Christus. Ook wij weten zeker dat God het volk Israël niet heeft verstoten, maar het in Christus volkomen wil redden, zoals Hij dit ook bij ons heeft gedaan. Maar dat het volk Israël de spil van het wereldgebeuren zijn zou, ontkennen we stellig, want in Christus is geen Jood of Griek, geen barbaar of Scyth. De kreet dat Israël als volk de belangrijkste plaats in het wereldgebeuren innemen zou, is in strijd met de zintuiglijke werkelijkheid en met de Schrift. Men heeft deze slogan zo dikwijls herhaald, dat men haar als waarheid is gaan geloven. Paulus zegt echter tot de gemeente van Jezus Christus: ‘Alles is het uwe, hetzij heden of toekomst’ (1 Corinthe 3:22,23). Om een bekende, maar taalkundig aanvechtbare vergelijking te gebruiken: de gemeente is de kurk waarop de wereld drijft. Aan ons is de toekomst! Het herstel van een zuchtende schepping ligt in handen van de zonen van God, die het beeld van hun Heer gelijkvormig worden (Openbaring 11).

In ‘Gouden Schoven’, ook een magazine van christelijke carrièremakers, las ik het volgende:

  • ‘Uit 45 landen kwamen dit jaar bijna 9.000 christenen naar Jeruzalem om er het christelijke Loofhuttenfeest te vieren. De Israëlische regering ziet in dit enthousiasme een ‘historisch keerpunt in de verhouding tussen christen en Jood’. Jeruzalem ’s burgemeester begon zijn rede met: ‘Ik hoef u niet welkom te heten, want u bent hier in uw eigen stad’.

De Bijbel leert nadrukkelijk dat ware, opnieuw geboren christenen ‘hier geen blijvende stad hebben, maar dat zij de toekomende zoeken’ (Hebreeën 13:14). De christen is op aarde een vreemdeling en gast. Toch is de Israëlgelovige enthousiast en voelt hij zich gestreeld, dat Jeruzalem ‘zijn eigen stad’ is. Het gaat hier niet om het feit, dat deze plaats een toeristische trekpleister is, waar de vreemdeling een welkome gast is, maar de orthodoxe Israëli’s zien de komst van deze pelgrims als een vervulling van de Schrift: ‘Want voordat de Messias komt, zullen de volken naar Jeruzalem optrekken om met ons het Loofhuttenfeest te vieren’. Onze stad is echter het hemelse Jeruzalem, de woonplaats van de grote Koning, Jezus Christus. Wij weigeren ons geloof te vermengen met de occulte Israëlcultus. Onze geestelijke Israëlvisie is gebaseerd op de uitspraak van Jezus:

  • ‘Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet. God is Geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid’ (Johannes 4:23,24).

De gedachte dat de moderne staat Israël ten koste van alles een door God gewilde natie zou zijn om de profetieën te vervullen, wijzen we daarom van de hand. Petrus zei dat de profeten over de voor óns bestemde genade hebben gesproken, want wij zijn het Israël van God (1 Petrus 1:10). Op het kerkelijk erf is men benauwd om tegen de Israëlleer in te gaan. Er heerst daar ‘een vrees voor de Joden’. De angst waar ook Paulus van verlost moest worden. Men durft niet vrijuit meer over dit onderwerp te discussiëren om niet apart te worden gezet of als een smerige aanhanger van de ‘vervangingsideologie’ te worden gebrandmerkt, zoals men de joden destijds met een Jodenster vervolgde. Achter deze leer zit immers religieus geweld. Deze ‘vrome geest’ openbaart zich aan de ene kant als intolerant en aan de andere kant is hij doordrenkt met intens, vrome sentimenten.

Het hemels Jeruzalem

Paulus had van deze demonische geest veel hinder, toen hij in aanraking kwam met de judaïserende broeders in Judéa, te Jeruzalem en zelfs in zijn eigen gestichte gemeenten. De apostel wilde echter, wat hemzelf betrof, wel de broederband bewaren. Daarom had hij ook een grote collecte bij de gemeenten uit de heidenen opgehaald om deze aan de arme christenen te Jeruzalem en in Judéa te overhandigen. Hij ging echter met lood in zijn schoenen naar hen toe. Hij vroeg daarom zijn achterban om voorbede:

  • ‘Sta mij bij in de strijd; bid voor mij tot God, dat ik mag ontkomen aan de weerspannigen in Judéa en dat mijn hulpactie voor Jeruzalem bij de heiligen aldaar in goede aarde mag vallen’ (Romeinen 15:31,32).

Hij onderscheidde deze religieuze demon zo duidelijk, omdat hijzelf door deze geest bezet was geweest. Hij was vroeger immers ook een geestelijke ‘geweldenaar’ (1 Timotheüs 1:13). Van de leerlingen lezen we dat zij achter gesloten deuren vergaderden uit angst voor de Joden.

Te Antiochië trok Petrus zich snel terug ‘uit angst voor de besnedenen’ (Galaten 2:12,13). Wij weigeren echter achter gesloten deuren te blijven zitten, omdat de aardse Israëlaanbidders zo’n geweldige druk uitoefenen. De bijkomende haat hebben we, net als Paulus, volkomen geaccepteerd. We hebben de kosten berekend en aanvaarden de nauwelijks verholen haat van de aardse Israëlfanaten vanwege het evangelie van het Koninkrijk der hemelen dat ons lief is. Er is maar één Jeruzalem dat wij beminnen. Er is maar één Godsstad waar wij willen wonen. Het doet ons daarom goed te lezen, dat de geestelijk Israëlvisie terrein wint. Wij hopen ons aandeel ertoe te hebben bijgedragen. We bidden dat de Heer in de laatste jaren van ons leven ons nog de gelegenheid geeft om zijn evangelie met meer kracht dan te voren te mogen verkondigen en ‘waakzaam’ te zijn ten opzichte van dwalingen, die zelfs de uitverkorenen verleiden (Mattheüs 24:24)!