De Israëlitis

Een chronische ontsteking

De Israëlitis blijft een chronische ontsteking in het denken van veel kerkmensen. De afgodische verering die men dit volk bewijst, gaat alle perken te buiten en compromitteert ook de evangelische beweging, die klakkeloos een leer heeft aangenomen, die het ongeestelijk Israël voor een uitverkoren volk van God houdt, hoewel het Christus openlijk verwerpt.

Wij lazen in een artikel van een groep die nauw is verbonden aan de broederschap van pinkstergemeenten, een verslag van een Loofhuttenfeest, dat voor veel zogenaamde ‘Bijbelgetrouwe christenen’ te Jeruzalem werd georganiseerd:

  • ‘Voor het eerst in de geschiedenis hebben deze maal christenen deelgenomen aan het Loofhuttenfeest. Het verlangen om één te zijn met Israël tijdens het Loofhuttenfeest, werd geboren in de harten van enkele christenen in Jeruzalem. De bedoeling was om openlijk het geloof in God en Zijn beloften met betrekking tot de toekomst van Zijn Oude Volk uit te dragen en te belijden dat Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad van Israël is. De eerste conferentiedag vond plaats op de Olijfberg. Duidelijk was te zien dat de bergen rondom Jeruzalem hoger waren dan Jeruzalem zelf, zoals de Bijbel zegt ‘Zoals de bergen zijn rondom Jeruzalem, zo is de Here rondom Zijn Volk’. Tijdens het feest werd de buitenlandse groep uitgenodigd door een synagoge om in een loofhut te komen. We werden daar ontvangen door een rabbijn. Het meest bijzondere was dat hij ons broeders en zusters noemde. Verder vertelde hij dat hij blij was dat er zoveel christenen gekomen waren om Israël te troosten. Voor hem was dit de vervulling van de profetie in Zacharia dat eens alle volken zullen optrekken naar Jeruzalem. Ook zei hij dat we uiteindelijk dezelfde God hebben. Bij het afscheid sprak hij de zegen van Aäron uit: ‘De Heer zegene u en behoede u’. Al met al een hele bijzondere ervaring’.

Voor het eerst in de geschiedenis hebben zogenaamde christenen dus openlijk deelgenomen aan een godsdienstige plechtigheid van de Joden. Daarmee zeiden ze dat ze geestelijk één met dit onbekeerde volk zijn. Ze zijn blij dat ze ‘broeders en zusters’ zijn van een Joodse rabbijn, die de naam van Jezus Christus verwerpt.

Wij willen hierbij in de eerste plaats opmerken, dat het Jodendom in zijn godsdienstig beleven zijn oorspronkelijke gedachte – om uiterlijk een afgezonderd volk te zijn – heeft verlaten, waarbij ze ook Jezus als Messias hebben verworpen en vermoord. Uit hun toenadering tot de volgelingen van Jezus – niet alleen uit de Joden maar ook uit de heidenen – blijkt dat zij bereid zijn veel water in de wijn te doen, om zich te verzekeren van de goodwill van ‘christenen’.

Anderzijds willen kerkmensen een ongelijk span vormen met hen die Jezus Christus – waar zij mee verbonden zijn door zichzelf christenen te noemen – hebben verworpen en nog steeds verwerpen. Ze belijden dat Jeruzalem ongedeeld de hoofdstad van Israël is, terwijl ze tegelijkertijd verwachten dat hun Heer zijn voeten zal zetten op de Olijfberg en dan als koning zal heersen in dat aardse Jeruzalem. Volgens de Bedelingenleer en haar honderdduizenden aanhangers zou dit evenement plaatsvinden ná de grote verdrukking waarin liefst tweederde van de Joden wordt uitgeroeid en een derde nog in het vuur wordt gebracht, zodat slechts een rest overblijft! Op die manier zou dan vervuld worden dat ‘heel Israël wordt behouden’ (vergelijk Zach.13:8,9). Deze genocide zou dan de reddingstijd voor Israël inluiden! Dan zou Jeruzalem ongedeeld de christelijke hoofdstad zijn, van waaruit Jezus zou regeren over de hele aarde.

Nu wordt echter door deze Israëlfans de naam van Jezus zorgvuldig verzwegen. Deze voorstelling van zaken is verder geheel in strijd met wat onze Heer zei, dat noch Jeruzalem noch de berg Gerizim speciale plaatsen van aanbidding zouden zijn (Joh.4:21).

Onze vraag is: waarom vieren deze kerkmensen (wij willen hen geen christenen noemen) ook niet met de Joden het Paasfeest en het Pinksterfeest? Kan dit ook niet onder het mom van geloven in dezelfde God? Het is opmerkelijk maar ook begrijpelijk, dat in dit hele artikel de naam van Jezus niet wordt genoemd, want dat zou wel gênant zijn. Het is immers juist die Naam – door God gegeven boven alle naam – die de scheiding aanbrengt tussen het geloven van de Jood en van de christen. Zei Jezus niet:

  • ‘Wie Mij verwerpt, heeft ook de Vader niet’?

Een geestelijk feest

Iedere oprechte christen is overtuigd dat het Paasfeest en het Pinksterfeest zijn ingevoegd in de christelijke feestdagen. Ze hebben beiden een zuiver geestelijke betekenis. Het Loofhuttenfeest is niet onder de christelijke feestdagen opgenomen, maar volgens de rabbijn zullen de volken nog eens optrekken om in Jeruzalem dat feest te vieren (Zach.14:16). Men zal dan eerbiedig zingen: “Wie smalend tot uw hutje kwam, niet ik o kind van Abraham.”

Het Loofhuttenfeest heeft, net als Pasen en Pinksteren, een nieuwe geestelijke inhoud gekregen. Het gaat niet meer over een exodus uit een natuurlijk Egypte en het wonen in de woestijn in tenten die in Kanaän feestelijk werden omgevormd tot loofhutten, gemaakt van palmtakken, mirten en beekwilgen. Het gaat om de inhoud die Jezus zelf eraan gaf. De enige keer dat in het Nieuwe Testament het Loofhuttenfeest ter sprake komt, is in Johannes 7 en 8. Daar wordt de gemeente van het nieuwe verbond erop geattendeerd dat zij uitgetrokken is uit een geestelijk slavenhuis en overgezet is in een hemels Jeruzalem, waar iedereen die dorst heeft, mag drinken van het Levenswater. Op de laatste en grote dag van het Loofhuttenfeest stond Jezus op en riep:

  • ‘Als iemand dorst heeft, laat hem tot Mij komen en drinken! Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van de Geest, die zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden’ (Johannes 7:37-39).

In de loofhutten wordt feest gevierd en drinkt men het sap van de druiven, die de nieuwe oogst heeft opgeleverd (Ex.23:16). Jezus wees echter op het ontvangen van Gods Geest, die het leven van de gelovigen zou verkwikken en stimuleren, zodat de Geest in hen wordt als een fontein van kracht en van geestelijke gaven.