2 Petrus 3:5-9 ‘Want zij willen bewust niet weten dat door het Woord van God de hemelen er allang geweest zijn, net als de aarde, die uit water oprijst en in water vaststaat. Daardoor is de wereld die er toen was, vergaan, overspoeld door het water. Maar de hemelen die er nu zijn en de aarde, zijn door hetzelfde Woord als een schat weggelegd en worden voor het vuur bewaard tot de dag van het oordeel en van het verderf van de goddeloze mensen’ 5-7. >>>>>
Maandelijkse archieven: mei 2021
‘Het is met het koninkrijk van de hemelen ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen er op uit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden (Matth.13:47-50, Op.19:2,3; Op.20:14,15). >>>>>
‘Ne pas voir Dieu … ne pas voir Dieu!’: ‘Ik zie God niet… Ik zie God niet!’ Zo luidde de angstkreet die een zuster had gehoord, die per ongeluk in een spiritistische seance was terechtgekomen. Zij vertelde dat ze achterin de zaal stond, toen ze ineens opmerkte dat een zwart laken over de hoofden van al de aanwezigen werd gespannen. >>>>>
Deel 20 Het paradijs Niet alleen de apostel Johannes maar ook Paulus spreekt over de hemelse metropolis of moederstad. In Galaten 4:26 staat: ‘Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder’. Dit is het tegenovergestelde van ‘het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij’. Het tegenwoordige Jeruzalem is dus de moeder van de gebondenen en de getekenden, die een religie van de aarde hebben, omdat Jeruzalem het middelpunt was van de kerk van het oude verbond. >>>>>
Deel 19 Het paradijs Wanneer de apostel Johannes de Openbaring afsluit, gebruikt hij in een van de laatste verzen twee prachtige beelden: het levensgeboomte en de heilige stad. Beide verzamelnamen zijn in dit Bijbelboek voorstellingen van het volk van God, zowel uit het oude als uit het nieuwe verbond. Hoofdstuk 21 beschrijft het neerdalen van het nieuwe Jeruzalem uit de hemel op de aarde. >>>>>
De voorgaande gedeelten van Jezus’ toespraak op de Olijfberg eindigden alle in een scheiding tussen goede en kwade christenen: Onkruid in de akker Allereerst beschreef de Heer de ondergang van de kerk van het oude verbond en het uittrekken van het ware Israël uit Jeruzalem. Dit oordeel over het aardse Jeruzalem en het ontkomen van het ‘overblijfsel’ waren een schaduw van de toekomende dingen. >>>>>
Het slot van de toespraak op de Olijfberg laat ons zien dat in de geschiedenis van de mensheid voor het laatst een oordeel wordt geveld en een scheiding wordt gemaakt. In korte, maar scherp geformuleerde woorden wijst de Heer op deze uiteindelijke beslissing van Gods kant, die resulteert in een altijd durende kloof tussen goede en slechte mensen: >>>>>
Openbaring 20:1-6 ‘En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan en bond hem voor duizend jaar’ 1,2. De engel die Johannes hier ziet, is Michaël, die samen met de gemeente al eerder tegen de draak en zijn engelen oorlog voerde (12:7). >>>>>
2 Petrus 3:10 ‘Maar de dag van de Heer zal onverwachts komen, net als een dief in de nacht. Dan zullen de hemelse gewesten dreunend voorbijgaan en de elementen door vuur worden verteerd; en de aarde en de werken op de aarde zullen nog gevonden worden’ 10. Voor hen die niet waakzaam zijn en zich niet hebben voorbereid, komt de dag van de Heer ‘als een dief’. Deze dag is juist het tijdperk van de late regen. Joël profeteerde dat het volk van God zich dan in de hemelse gewesten gaat bewegen. Er zullen wonderen zijn in de hemel: profeteren, gezichten zien en dromen begrijpen. >>>>>
2 Petrus 3:1-4 ‘Geliefden, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. In mijn brieven probeer ik, door uw geheugen op te frissen, u tot het zuivere inzicht te brengen. Herinner u de voorspellingen van de heilige profeten en het gebod van onze Heer en Redder, dat u door uw apostelen is overgeleverd’ 1,2. Petrus vertelt dat dit zijn tweede brief is, die geadresseerd werd aan dezelfde gelovigen in Klein-Azië, van wie 1 Petrus 1:1 spreekt. >>>>>